Tijdelijk zaakgelastigde Londen Michiels van Verduynen aan minister van BZ Van Karnebeek

Londen, 9 Juli 1920.
[gestempeld met: ingekomen Buitenl. Zaken 13 JUL. 1920, Exh: 15 Juli 1920, Kabt. No. 5]

Nº 1279/553

Zijner Excellentie den Heere Minister van Buitenlandsche Zaken 's Gravenhage

Ik heb de eer Uwer Excellentie hiernevens den tekst van het antwoord te doen toekomen dat de Britsche Regeering gisteren in het Lagerhuis heeft gegeven op eene vraag nopens den tegenwoordigen stand van zaken met betrekking tot het mandaat over Armenië.

Op deze aangelegenheid had laatstelijk betrekking Uwer Excellentie's cijfertelegram van 29 April l.l.
No. 62.

Voor den Gezant,

F. Michiels van Verduynen

[handgeschreven aantekening]
Kennisgeving

[bijlage, knipsel uit krant]

THE MANDATE FOR ARMENIA.

Mr. CECIL HARMSWORTH, answering Dr. Murray (Western Isles, Ind.), said:— The present position with regard to the mandate for Armenia is that the United States Government have refused to accept it and the League of Nations have declared themselves unwilling to offer it to any other Power pending information on certain points, one of which is Armenia's access to the sea. No information can be furnished on this point until President Wilson's recommendations as to the Armenian frontiers have been received.

Bron: Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Buitenlandse Zaken: Kabinet en Protocol, 1871 - 1940, nummer toegang 2.05.18, inventarisnummer 47/110.

Colofon