Particuliere brief Van Heutsz aan secretaris-generaal van BZ Patijn
[particuliere brief, handgeschreven]

Bussum, 2 februari 1920

Hoog Edel Gestrengen Heer Patijn,

Kort geleden vermeldden de dagbladen dat, als Amerika weigerde, Nederland vermoedelijk zou uitgenoodigd worden om in het nieuw gestichte, tot één geheel samengevoegde, Armenië als mandataris op te treden.

Hierover sprekende met den Heer Engelbert van Bevervoorde, oud majoor van het Nederl. Indische leger, raadde ik hem aan te solliciteren van de alsdan openkomende betrekking van Regeeringscommissaris, Gouverneur als anderzins.

Ik dacht daarbij aan de soortgelijke functie welke men in 1914 in Armenië door een Nederlander wilde laten vervullen in de drie toen gescheiden, tot Rusland, Turkije en Persië behoorende, gedeelten van de Armenische landstreken; toen werd, na eenig zoeken, de heer Westenenk, destijds assistant resident, als zoodanig benoemd.

Naar mij overtuiging zou de Heer van Bevervoorde, een intelligent en algemeen goed ontwikkeld man met meer dan voldoende taalkennis en die bovendien onder de Entente autoriteiten gedurende den oorlog, mede door zijne echtgenoote, goede relaties heeft aangeknoopt, zeker in staat zijn een functie als dan staat gecreëerd te worden, geheel naar eisch te vervullen.

Het is daarom dat ik, nu hij, naar hij mij zeide, bij U deze aangelegenheid wel gaan bezoeken, den Heer Engelbert van Bevervoorde, met vrijmoedigheid durf introduceren.

Met de meeste hoogachting,

J.B. v. Heutsz

[handgeschreven aantekeningen]
Dipl. Zaken
Kennisgeving
Protectoraat voor Armenië

Bron: Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Buitenlandse Zaken: Kabinet en Protocol, 1871 - 1940, nummer toegang 2.05.18, inventarisnummer 47/110.

Colofon