Minister van BZ Loudon aan gezant Constantinopel Van der Does de Willebois

Ministerie van Buitenlandse zaken

's Gravenhage, den 18 Juni 1917
[gestempeld met: Reg. No.1000, 7 Juillet 1915, AI, Ct 387 + 1104 '15]

Nº 27766/223

Den Heere Jhr. van der does de Willebois, Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister van Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden te Constantinopel.

Ten einde zoo mogelijk de hier te lande verblijvende Armeniërs gerust te stellen over het lot hunner stamverwanten, heb ik de eer U. beleefd te verzoeken mij wel te willen mededeelen of in de maanden Mei en Juni tegen de Armeniërs te Constantinopel nog bijzondere scherpe maatregelen zijn genomen en of er nog deportaties van hen uit Constantinopel hebben plaatsgehad.

Gaarne zal ik hierover telegraphisch antwoord van U. ontvangen.

Tevens breng ik U. onze vroegere correspondentiën betreffende de familie Thoumayau in herinnering, waaromtrent ik nog steeds hoop dat het U. gelukken zal eenmaal iets te vernemen.

De Minister van Buitenlandsche Zaken,
Voor den Minister,
De Secretaris-Generaal,

Hannema

[handgeschreven in kantlijn door secretaris-generaal Hannema]
Bij mij terug (dossier Armenischen aangelegenheden)

Bron: Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Buitenlandse Zaken: Gezantschap, Consulaat, Consulaat-generaal te Constantinopel/Istanboel (Turkije), (1817) 1872-1954 (1955), nummer toegang 2.05.94, inventarisnummer 467.

Colofon