Gezant Londen Marees van Swinderen aan minister van BZ Loudon

Gezantschap der Nederlanden

Londen, 11 december 1915
[gestempeld met: Exh: 20 Dec. 1915, Kabt No. 5]

Nº 4467/1203

Zijner Excellentie den Heere Minister van Buitenlandsche Zaken.

Ik ontving eenige dagen geleden een schrijven van eenen hier wonenden Armenier Thoumaiar gericht aan den Minister van Buitenlandsche Zaken te Constantinopel met verzoek dit schrijven aan Uwe Excellentie te doen toekomen. De schrijver voegt er aan toe dat Uwe Excellentie met deze toezending in kennis was gesteld en er hare goedkeuring aan had gehecht.

Nadat ik hem dat schrijven had teruggezonden onder mededeeling dat ik niet aan zijn verzoek kon voldoen, bezocht mij deze Armenier heden. Hij gaf zijn verwondering er over te kennen dat ik klaarblijkelijk onkundig was van hetgeen tusschen zijne vrouw en Uwe Excellentie heette afgesproken te zijn en hetwelk inhield dat een brief waarvan het concept ter inzage aan Uwe Excellentie was afgegeven, door hem geteekend, verzonden zou kunnen worden als boven aangegeven. Ik heb hem geantwoord dat ik natuurlijk mij zou voegen naar de instructies [onderstreept door Loudon] welke ik van Uwe Excellentie te dezer zake zou kunnen krijgen, maar dat het mij voorshands uitgesloten voorkwam dat Uwe Excellentie Hare tusschenkomst zou willen verleenen om een brief over te doen brengen van een hier te lande verblijvenden vijandelijken vreemdeling aan den Minister van Buitenlandsche Zaken van een met Engeland in oorlog verkeerende mogendheid.

De Gezant,

R. Marees van Swinderen

[handgeschreven in kantlijn door Minister van BZ Loudon]
Deze [instructies] heeft de Gezant inmiddels per partic brief van mij ontvangen, als gevolg waarvan de Hr. Thoumaian xx xxx xxxx xxxx xxxx xxxx[onleesbaar] zond.

JL 18/12/15

Bron: Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Buitenlandse Zaken: Kabinet en Protocol, 1871 - 1940, nummer toegang 2.05.18, inventarisnummer 47/110.

Colofon