Voorwaarts, 27 december 1922
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De conferentie te Lausanne

De minderheden gehoord

De conferentie zet haar werkzaamheden met ijver voort. Reeds den tweeden Kerstdag heeft zij weer haar arbeid hervat.

Het belangrijkst was de ontvangst der Syriërs, Bulgaren en Armeniërs door de delegaties der uitnoodigende mogendheden, waarbij eerstgenoemden hun belangen met betrekking tot de nationale minderheden voordroegen.

Door een fout van het secretariaat der conferentie was voor deze ontvangst de subcommissie voor de minderheidsrechten officieel bijeengeroepen, terwijl Zaterdag met de Turken was overeengekomen, dat het slechts een informeele vergadering zou zijn.

Montagna, de Italiaansche voorzitter der subcommissie, erkende de juistheid van het Turksch protest tegen de officieele vergadering.

De Franschen, Engelschen, Italianen en Japanners ontvingen de Syriërs, Bulgaren en Armeniërs buiten de commissie. De Turken bleven wezig.

De eisch der Bulgaren
De Bulgaren verzochten maatregelen voor een terugkeer naar Thracië van tweehonderdduizend Bulgaren, die uit Oost-Thracië en West-Tracië indertijd naar Bulgarije gevlucht waren.

Bulgarije hoopt, dat Turkije de Bulgaarsche vluchtelingen weder in Oost-Thracië zal willen opnemen, onder bescherming van hun minderheidsrechten.

Bulgarije vroeg voorts maatregelen, dat Bulgarije bevrijd zal worden van de zorg voor de ongeveer vijftig-duizend naar Bulgarije gevluchte Armeniërs. De Bulgaren wezen er op, dat Bulgarije in de laatste jaren een wijkplaats voor tal van uitgewekenen, Grieken, Armeniërs, Turken en Russen geworden is en dat de lasten langzamerhand te zwaar voor het Bulgaarsche volk geworden zijn.

Wat de Armeniërs vragen
De Armeniërs, die na de Bulgaren hun wenschen bepleitten, waren buitengewoon gematigd in hun eischen.

De Armeniërs uitten slechts den wensch van de vorming van twee nationale tehuizen op Turksch gebied, met autonomie onder Turksche souvereiniteit.

Grenzende aan de bolsjewistische republiek Armenië met de hoofdstad Eriwan, welke republiek reeds een veel te groote bevolking heeft om nog meer Armeniërs te kunnen opnemen, wenschen de Armeniërs een nationaal tehuis, hoofdzakelijk bestaande uit het district Kars en gebied in de omgeving van het meer Wan. Dit nationale tehuis zou voorts een uitweg naar de Zwarte Zee moeten hebben, waarschijnlijk bij Rize.

De groote steden Trebizonde en Erzeroem, die volgens de door president Wilson in 1920 getrokken grensregeling ook tot Armenië zouden behooren, zullen, naar de tegenwoordige bescheiden wenschen der Armeniërs, buiten het verlangde Armenisch tehuis blijven.

Behalve dit nationale tehuis bij het noordelijk deel van de Russisch-Turksche grens verlangen de Armeniërs een tweede tehuis van veel kleiner oppervlakte in Cilicië, namelijk een gedeelte van de strook grond, die Frankrijk bij het verdrag van Angora aan Turkije heeft afgestaan, voornamelijk bestaande uit de districten Sis en Marasi.

De delegaties van de uitnoodigende mogendheden hebben de Syriërs, Bulgaren en Armeniërs slechts aangehoord, zonder zelf opmerkingen over hun wenschen te maken.

Colofon