Het Volk, 26 maart 1918
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De kruisweg der Armeniërs

Van het Armenisch Comité te 's Gravenhage ontvangen wij een memorandum over de mensch-onteerende gruwelen, door de Turksche bondgenooten der Centrale mogendheden bedreven tegenover het beklagenswaardige Armenische volk.

Wij vestigen op dat memorandum, dat wij hier in vertaling laten volgen, dringend de aandacht van onze Duitsche, Oostenrijksch-Hongaarsche en Bulgaarsche partijgenoten en spreken de verwachting uit, dat dezen hun eer ermee gemoeid zullen achten om met alle kracht hunne regeeringen er toe te bewegen, dat zij den Turk dwingen zijn schandelijk bedrijf te staken.

De toestand der weggevoerde Armeniërs in Mesopotamië en Arabië

De berichten omtrent den jongsten toestand van hetgeen overblijft van de weggevoerde Armeniërs in Mesopotamië en in de woestijnen van Arabië zijn vrij zeldzaam.

Eenige maanden geleden schreef een majoor van het duitsche leger, wiens naam wij moeten verzwijgen, uit Mesopotamië aan een van zijn vrienden te Berlijn, dat de toestand der weggevoerden, voor het merendeel vrouwen en kinderen, wanhopig was. Zij waren allen tot den Islam bekeerd en wat ernstiger is, de Turksche regeering had onlangs besloten hen naar andere plaatsen te doen vervoeren, waarbij zij aan die uitgehongerde ongelukkigen eindelooze marschen oplegde, waaronder de zwaksten het leven lieten. Den briefschrijver had het getroffen, dat de dagbladen in Duitschland het stilzwijgen bewaarden of de feiten geheel anders voorstelden en dat zijn regeering deze handelingen niet verhinderde.

Te Oerfa is een Duitsch-Zwitsersch weeshuis, het enige van beteekenis, waarin omstreeks 2700 weezen van 4 tot 5 jaar opgenomen waren. Allen zijn bekeerd tot den Islam. Kort geleden zijn duizend weezen, de oudsten, door de autoriteiten weggevoerd, zoogenaamd om hen te doen werken aan het herstel der wegen. Men heeft daarna niets meer van hen vernomen.

Het Zwitsersch Comité heeft uit Oerfa bericht ontvangen, dat de Turken in de straten alle weezen, die zonder onderdak waren, heeft opgelicht, hen in karren heeft gehoopt en hen heeft weggevoerd, zoogenaamd om hun werk te geven. Zij zijn allen in den Eufraat geworpen.

Het Armenische blad "Arév" uit Egypte deelt in zijn nummer van Januari 1918 mede, dat de Arabische troepen bij hun opmarsch 23 ontsnapte Armeniërs hebben gered. Zij zijn afkomstig uit Everik, Cesarea, enz. in Klein-Azië. Ten getale van 3036 vrouwen, kinderen en grijsaards zijn zij gezonden naar de woestijnen van het Zuiden; de epidimie heeft verwoestingen onder de ongelukkigen aangericht; slechts 300 zijn in de Arabische woestijn onder de Bedoeïnen aangekomen. Van die 300 zijn er 23 gered.

Het zou te veel ruimte in beslag nemen om alle brieven aan te halen, die onze landgenooten in Holland en in Zwitserland ontvangen van hun weggevoerde verwanten en bekenden, aangrijpende brieven, waarin gesproken wordt van levende geraamten, van vrouwen en kinderen, weleer rijk en welgesteld, die alles verloren hebben, hun echtgenoot, hun vader, hun kinderen, hun haardsteden, hun goederen, hun grond, en nu in de woestijn bedelen, zoodat zij zelf de graankorrels in de uitwerpselen zoeken of dierenlijken eten, de epidimie doodt elken dag een groot aantal van hen; van jonge meisjes en vrouwen, die leven als slavinnen bij de Turken, door den een aan den ander verkocht; van weergevonden kinderen, die zelfs de namen van hun ouders en hun geboortestad vergeten zijn. Dat is het leven van onze arme landgenooten sedert drie jaar lijden, in de twintigste eeuw.

Zij die verwanten in Europa hebben en heimelijk ondersteuning kunnen ontvangen (want het is op zware straffen verboden de weggevoerden te helpen), kunnen nog leven, maar het meerendeel heeft niemand van wie het hulp ontvangt, zij moeten den dood afwachten. Als het voorkomt, dat een goeverneur een weinig medelijden met hun toont, wordt hij snel teruggeroepen en vervangen door een die zonder erbarmen de uitroeing voortzet.

De toestand der Armeniërs in den Kaukasus

Toen de Russen Armenië ontruimden, hebben de Armeniërs, die een Turksche weder-bezetting dier streken zagen dreigen, legioenen gevormd om hun bodem en hun broeders te verdedigen die daar woonden en juist begonnen waren met den herbouw, et zaaien en telen, met zich te herstellen. De Turken behandelden hen als benden en schrijven hun tal van denkbeeldige wandaden toe. Het ware wenschelijk dat een kommissie uit de neutrale landen ter plaatse inlichtingen ging inwinnen.

Het feit dat men die soldaten, die hun grond verdedigden, als benden behandelt, en hun allerlei misdaden aanwrijft, deed ons vrezen dat met de wederbezetting van armenië al onze ongelukkige landgenooten met hun leven zouden moeten boeten en dat onze soldaten niet krijgsgevangen zouden worden gemaakt, doch vermoord. (De Turken hebben nog geen melding gemaakt van krijgsgevangenen op het Kaukasische front)

De berichten uit den Kaukasus komen zeer vertraagd aan wegens het gebrek aan verbindingen. De eerste berichten, die binnenkomen, rechtvaardigen ten volle al onze vermoedens. Tezelfder tijd dat Armenië weer bezet wordt, zijn de moorden en wreedheden hervat.

Te Samsoen, een haven aan de Zwarte Zee, bevonden zich nog 400 Armenische weduwen en weezen, aan de deportatie ontsnapt, op een bevolking van 8000 voor den oorlog; zij zijn allen vermoord.

Te Trebizonde is, zoodra de turken er binnenkwamen, heel de Armenische bevolking, die niet tijdig had kunnen ontsnappen, onderworpen aan namelooze martelingen. Zakken vol kinderen zijn in de zee geworpen, de oude vrouwen en de mannen gekruisigd en verminkt, en alle jonge vrouwen en meisjes, tot kinderen van 10 à 12 jaar, overgeleverd aan de Turken.

Wij zullen weldra berichten hebben van de andere weer bezette streken. Overal zal hetzelfde lot onze arme landgenooten wachten, die niet bijtijds wisten te vluchten, want het is in dit jaar getijde niet gemakelijk te vluchten, wegens den sterken sneeuwval en het gebrek aan vervoermiddelen.

De toestand der Armeniërs in den Kaukasus zelf is thans donker. Zij worden bedreigd met hetzelfde lot als hun broeders in Turkije. Want men wil ons volk vernietigen. De Turken zullen zich niet bepalen tot de herovering van Turks-Armenië, zij zullen tot Kars, tot Ardaham, tot Batoem gaan, dat hun bij het verdrag van Brest-Litowsk is afgestaan. Volgens de laatste volkstelling is de provincie Kars bewoond door 115,000 Armeniërs, de provincie Batoem telt er 57,000, zonder de uit Turkije gevluchte Armeniërs mee te rekenen, waarvan er 300,000 in den Kaukasus zijn.

Te verwachten valt dat de Turken, als zij eenmaal Kars bezet hebben, daar niet zullen halt houden; zij zullen evenzeer de aangrenzende streken, Alexandropol, Erivan vermeesteren, de landen van Ararat en Choecha, provincies die haast uitsluitend door Armeniërs bewoond worden en die de kern van ons volk vormen. Reeds hebben wij berichten ontvangen, dat de Koerdenstammen van Perzië de zuid-oostelijke streken van den Kaukasus in de richting van Bakoe vermeesterd hebben, volgens een door de Turken voorbereid plan. Een telegram uit Petersburg meldt de bezetting van Bakoe door de Turken. Een blik op de kaart toont, dat de Armenische streken van den Kaukasus bedreigd worden uit het Westen, het Zuiden en het Oosten.

Men houde in het oog, dat het hier geen bezetting betreft gelijk in Europa. Zijn eenmaal onze provincies bezet, dan gaan de Turken aan het werk en voortgezet wordt hetzelfde stelsel van vernietiging als in Turkije. Hun bedoeling is het Armenische ras uit te roeien:
1e. om voor immer het Armenische vraagstuk te verstikken,
2e. om den slagboom te vernietigen die hen scheidt van de Tartaren en Moslim van Toerkestan.

Tegelijkertijd voert de Turksche regeering een krachtige propaganda in Europa ten einde de Armeniërs afschuwelijk te belasteren en zich zelven vrij te pleiten.

Onze zaak is de vreeselijkste, die de wereldoorlog voor het geweten der menschheid heeft gesteld.

Door Turkije de wederbezetting van Armenië en de inlijving van drie nieuwe provincies toe te staan, heeft Duitschland verantwoordelijkheid op zich genomen jegens de beschaafde wereld. Wij gelooven niet dat Duitschland iets te winnen heeft bij de uitroeiing van het Armenische volk. Naar onze opvatting zou een Duitsche bezetting van Armenië ons waarborgen tegen de Turksche vervolgingen.

Het Armenisch Comité te 's Gravenhage:
de voorzitter, M. MIHRTADIANTY,
voor den sekretaris, A. MISSIRIAN.

Colofon