Het Volk, 23 april 1920
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Het Armenische avontuur

De Nederlandsche regeering ervoor?

Door de Londensche "Daily Telegraph" van 10 April werd medegedeeld, dat de vraag "van de deelneming van Holland aan een mandaat over Armenië" reeds door de Nederlandsche regeering onder het oog gezien was en dat deze "gunstig ervoor gestemd schijnt". Het blad schrijft dan verder:

"De Hollanders hebben gewichtige handelsbelangen in de Levant, zoowel in het oostelijk deel der Middellandsche Zee als in de Zwarte Zee. In Smyrna bestaat een zeer bloeiende kolonie van Hollandsche handelslieden, die zich zeer goed verstaan met de Grieksche kooplieden en de zeevaarders. De betrekkingen tusschen Holland en het binnenland van Armenië waren tot dusver weinig uitgebreid. Maar Holland, dat zich, wat financiën en scheepvaart betreft, in veel meer bloeienden toestand bevindt dan in 1914, zoekt nieuwe afzetgebieden in de verte voor zijn handel en voor den ondernemingsgeest van zijn deskundigen in kolonisatie."

Hieruit blijkt overduidelijk dat, wat men ook in de "N. Rott. Ct." over ideëele motieven moge spreken, de begeerte naar het Armeensche mandaat door kapitalistisch-imperialistische drijfveeren wordt ingegeven.

Colofon