Het Volk, 15 mei 1920
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De olievlek op de anti-revolutionaire partij

Een kant van de Armenische kwestie

Wij maakten dezer dagen melding van een artikel van "De Standaard", dat in een Nederlandsch mandaat over Armenië alleen geen trek had, maar wel in een Nederlandsche bemoeiing met een grooter Kaukasisch Rijk, dat door samenvoeging van Armenië met Georgië en Azerbeidsjan zóó gevormd moeten worden.

Hoe juist onze diagnose was, dat hierin een versterkt imperialistisch streven van het antirevolutionaire hoofdorgaan stak, blijkt uit het volgend schrijven, dat wij ontvingen:

(L. F.) Niet alleen om z'n mooie oogen nam de Bataafsche Petroleum Maatschappij indertijd Colijn in haar dienst, want ze wist wel, dat ze daarmee, voor een groot deel, de antirevolutionaire partij aan haar zegekar bond. De oplossing van het raadsel, waarom "De Standaard", den wensch heeft geuit om Georgië en Azerbeidsjan bij Armenië te voegen en dan die grootere staatsgemeenschap, als een grooter Armenie, in de hoede van Nederland te nemen, is dan ook vrij eenvoudig.

Colijn, als minister van Buitenlandsche Zaken zonder portefeuille, heeft als vertegenwoordiger van de Asiatio (de groote algemeene moeder-petroleum-maatschappij, waarvan de Shell, Koninklijke, enz. kinderen zijn) oliekontrakten met de olierijke republiekjes Georgië en Azerbeidzjan gesloten.

Nu is Bakoe, de stapelplaats van olie, gelegen in Azerbeidsjan, volgens de jongste berichten door de Bolsjewiki ingenomen en Azerbeidsjan heeft de Sovjetzijde gekozen.

Maar dit alles kan "De Standaard" niets schelen.

Colijn of de Asiatio zijn rijk en machtig en hun invloed reikt blijkbaar ver. Zóóver, dat "De Standaard", den volkswil van die jonge republiek negeerend, Nederland wil gebruiken om de olieplannen van Colijn te doen slagen.

Blijkbaar weet die krant wel, dat de invloed van de Asiatio of de Shell Compagnie, haar kompagnon, op de Engelsche regeering groot genoeg is, om dat plan door te drijven, als Colijn de tegenwoordige Nederlandsche regeering maar voor het denkbeeld weet te winnen.

En niet onmogelijk is dit laatste reeds geschied; "De Standaard" zegt tenminste al, dat Nederlands' medewerking "ongetwijfeld" zal moeten verleend worden.

Overigens wel aardig, dit artikel, en ik betwijfel zeer, of de "Standaard"-schrijver, behalve het feit, dat er petroleum in Georgië en Azerbeidsjan gevonden wordt, iets anders van die republiekjes weet.

Blijkbaar niet. Anders zou hij het niet hebben laten voorkomen, alsof Azerbeidsjan overwegend Armeensch is. Of deed hij dit tegen beter weten in? Azerbeidsjan toch is een Moslemsche republiek en nagenoeg geheel bewoond door Mohammedanen van Tartaarschen oorsprong. Men kon dit o. a. ook lezen in het 2e blad van het avondblad van het "Algemeen Handelsblad" van Zaterdag 8 Mei, waarin een beschrijving van deze republiek voorkomt.

Een gewelddadige samenvoeging van die geheel met elkaar verschillende streken en vooral het stellen van die geheel Mohammedaansche bevolking naast of onder het christelijk Armenië, kan niet anders dan voortdurenden strijd geven.

Engeland heeft dit in de oorlogsjaren zeer juist ingezien en om z'n Mohammedaansche onderdanen in 't gevlei te komen, het gebied der Azerbeidsjan-Tartaren ten koste der Armeniërs vergroot.

Zou het nu een anderen koers uit willen, omdat die Azerbeidsjanen hun beschermer hebben teleurgesteld en liever te doen hebben met de Sovjet-republiek, dan met dergelijke op olie beluste beschermers?

Hoe het ook zij, die streken liggen vol voetangels en klemmen en Nederland heeft geen enkele reden "De Standaard" in dit politiek en financieel avontuur te volgen, om Colijn, die, als profeet van God Mammon, het nieuwe evangelie in de "partij der kleine luijden," wier voorzitter hij juist geworden is, niet zonder resultaat schijnt te prediken, aan nieuwe oliewinsten te helpen.

Colofon