Het Volk, 12 mei 1909
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Gruwelen in Klein-Azië

Omtrent de moordpartijen die in klein-Azië gepleegd worden door Turken op Armeniërs, doen de bladen op dit oogenblik de verschrikkelijkste mededeelingen. Wij zullen ze onzen lezers sparen.

De Armeniërs zijn in Klein-Azie het eigenlijke bolwerk van het reaktionaire Turkije, tot dezelfde fatale rol gedoemd als de joden in Rusland. Zij zijn meerendeels kooplieden, handelaars, winkeliers, bankiers en geldschieters en zij zijn christenen.

Daarentegen is de turksche boerenbevolking achterlijk en fanatiek godsdienstig, uitgezogen en onderworpen door haar rijke en hooggeplaatste geloofsgenooten, die hun land bezitten, en tegelijk de belastingpachters der regeering zijn.

De manier om de voortdurende onrust onder die domme massa te bezweren, is nu om ze op te hitsen tegen het armenische element; juist zooals de Russische regeering hare "pogroms" of jodenmoorden organiseert.

En zooals de officieele regeering in Rusland vooral in de laatste jaren de jodenmoorden poogt te verklaren uit den revolutionairen aard van de russische Joden, zoo schijnt de officieele Turksche regeering op dit oogenblik geneigd de revolutionaire Armeniërs de schuld te geven van de moordpartijen op groote schaal, die zij moet weten te keeren.

Het "Armenische Comité" te Genève heeft met het oog hierop een oproep gepubliceerd, waarin het een protest uitspreekt tegen hetgeen door de regeering in de Turksche Kamer is beweerd, als zouden de revolutionaire Armeniërs schuldig zijn aan de voorvallen in Adana (Klein-Azië). De moorden, zoo zegt de oproep, zijn het gevolg van Abdoel Hamids despotisme en geschiedden geheel en al in overleg met de plaatselijke autoriteiten.

Het Comité doet een dringend beroep op de gansche beschaafde wereld om de verschrikkelijke gebeurtenissen te helpen stuiten.

Colofon