Het Volk, 11 november 1922
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Het Lot van de Christenen in Turkije

Het N.T.A. seint uit Londen van gisteren:

Het Britsche kabinet heeft heden den toestand in het Naburig Oosten besproken. Er is geen verklaring openbaar gemaakt, doch algemeen wordt geloofd, dat de ernst van den toestand niet verminderd is.

Intusschen worden de maatregelen, welke de Turken hebben ingevoerd of bezig zijn in te voeren ten aanzien der christelijke minderheden, hier algemeen beschouwd als er op te zijn berekend om een afschrikwekkenden tragischen toestand in het leven te roepen. Naar geacht wordt, zijn er meer dan één millioen christenen in Oost-Aziatisch Turkije alleen, en er zijn tal van aanwijzingen dat de Turken voornemens zijn ze volledig uit te wijzen.

De mannelijke christen-bevolking in de kustgebieden der Zwarte Zee, tusschen 18 en 40 jaar oud, wordt naar het binnenland gedeporteerd, terwijl de rest der christen-bevolking uitgewezen wordt. De christen-bevolking in Konstantinopel bedraagt een half millioen; in geval zij moet vluchten, zou het vraagstuk betreffende het vervoer en het onderhoud in dit jaargetijde vrijwel onoplosbaar worden. Niettemin schijnt de Turksche regeering voornemens de geheele christen-bevolking uit Konstantinopel uit te wijzen, en reeds is een groot aantal Grieken en Armeniërs tot vertrek gedwongen.

De Amerikaansche en geallieerde kommissarissen hebben tezamen een protest tot de regeering van Angora gericht, waarin zij verzoeken de uitwijzingen in Aziatisch Turkije en elders te staken en de aangelegenheid in de konferentie van Lausanne te bespreken.

Colofon