Het Volk, 10 augustus 1940
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De Ararat rijst omhoog in het verdorde Sowjet-Armenië

Bewoners dromen van katoenplantages...

Van alle dorpen en steden der Armenische Sowjet-republiek krijgt men een verheven, onvergetelijke indruk. Uit de vulkaanachtige vlakte stijgen plotseling de beide toppen van de Ararat omhoog, een kleine en een grote, met sneeuw bedekte bergreuzen. Reeds in bijbelse tijden moet dit beeld de mensheid zeer aangegrepen hebben; Eriwan, de tegenwoordige hoofdstad, was volgens de overlevering de plaats, waar Noach de Ark verliet. In de nabijheid van Eriwan wijst men den vreemdeling de plek, waar Noach de eerste wijngaard heeft aangelegd.

De aanblik van de Ararat vervult echter het hart van elken Armeniër met melancholie, want deze heilige berg, het legendarische merkteken van Armenië, nauwelijks een autorit van een half uur van de hoofdstad verwijderd, ligt reeds aan de andere kant van de Turkse grens.

Bijna geen ander volk heeft zulk een rampzalige, bloedige lijdensweg in de geschiedenis afgelegd als de oeroude stam der Armeniërs. Sedert duizenden jaren leefde deze stam in de hoogvlakte van de kleine Kaukasus, aan de grensmuur van Azië. Ten slotte is hem slechts een uitgedorde rest van zijn land overgebleven: de Armenische Sowjet-republiek.

Moeizaam moet thans het rompgebied, het boomloze gebied van de Araratvlakte, kunstmatig bevloeid worden, schrijft de "Frankfurter Zeitung". De Armenische boer, die in de loop van duizenden jaren zijn eigenschappen en cultuur tegen alle grote wereldveroveraars handhaafde, wint thans met zweet en ontberingen het verloren akkerland terug. Stap voor stap verandert hij de woestijn, die hij overhield, in vruchtbare aarde, doordat hij het water van het Goktsjameer naar het land leidt. Hij droomt van wijnbergen, schaduwrijke tuinen en in de eerste plaats van katoenplantages, die aan de vulkaanachtige grond door een groot bevloeiingswerk ontrukt moeten worden. De werkelijkheid is echter voorlopig nog ver van deze droom verwijderd.

Armoedig land
Reeds vanuit de trein schrikt de reiziger van de armoede van het land. Eerst is het moeilijk aan te nemen, dat de vlakke, met aarde bedekte stenen hopen werkelijk huizen in dorpen zijn. Maar dan onderscheidt men rookwolken, luchtgaten, luiken, soms vensters. In de zwoele atmosfeer van het compartiment begrijpt de reiziger, dat de mensen hier het zonlicht ontvluchten. Zij huizen in schaduwrijke kelders.

Een Aziatische gloed straalt van het witte rotsgesteente terug, dat dit Kaukasische hoogland bedekt. De reiziger deelt zijn coupé met een Armeniër, een nadenkenden, niet onvriendelijken man, die bij het begin van de reis, in Tiflis, een handdruk met hem wisselde. Helaas kunnen de reizigers zich niet met elkaar verstaan, hoewel de Armeniër zich in verschillende talen tracht uit te drukken – in het Turks, Georgisch, Iranees – hij beschikt blijkbaar over een aanzienlijke Oosterse beschaving. In de gehele trein wordt slechts Armenisch gesproken. De reizigers slapen en roken, zij halen uit hun koffers het geroosterde schapenvlees, 't "Sjasjlik"; dat alles geschiedt bij geopende deuren. Maar lachen doen de mensen hier niet, allen kijken ernstig, bijna melancholiek, voor zich uit; een merkwaardig contrast, daar men zich nog pas geleden in Tiflis door de onbevangen hartelijkheid der Georgiërs vangen liet.

Steeds veelvuldiger ziet men, hoe meer de trein de hoofdstad Eriwan nadert, lage dammen en wallen in het veld. Het water stroomt door kleine kuilen, de boeren staan tot aan hun knieën in de overstroomde percelen. Ook rijstcultuur vindt men hier. Helaas ziet men nog slechts zelden de schilderachtige dracht. De gestikte werkjekker, de blauwe kiel of het gekleurde hemd overwegen. De Kaukasische kleding is door de Sowjet-Rusissche massatextielproductie verdrongen.

In de nabijheid van enige lemen hutten stopt de trein nog een keer. Koffers in merkwaardig bonte kleuren komen te voorschijn, geel en rood. Een man draagt zijn vrouw op zijn rug naar het stationsgebouw. De kinderen met hun donkere ogen klimmen op de ijzeren treeplank en tonen de reizigers korven en ketels met kippeneieren. De moeders hokken buiten op de vlakke huizendaken als de vogels. In de avondkoelte maken zij daar ook hun bed gereed.

De Ararat met zijn beide met sneeuw bedekte toppen schijnt zo dichtbij, dat men hem zou kunnen grijpen. De dorpen kruipen met hun hutten en groene tuinen tot aan de helling. Eén en een kwart millioen burgers van de Armenische Sowjetrepubliek, dat is er overgebleven van een vijfmlllioenenvolk. De overige delen van deze gekwelde natie zijn overgegaan of verstrooid. Zij hebben, wat merkwaardigerwijs reeds bijna vergeten is, voor hun door Engeland aangewakkerd irredentisme en het geloof aan een onafhankelijk Armenië onder het mandaat van de Volkenbond na de wereldoorlog bloedig geboet.

De trein gaat vlak langs de Turkse slagboom. Men ziet veel militairen aan de rand van het Sowjetrijk, grens-Gepeoe, met groene soldatenmutsen en de bajonet op het geweer, maar ook soldaten met tropenhelmen, waarop een Sowjetster bevestigd is.

Steeds weer valt de blik op de Ararat. Er is wel geen plaats in de gehele Armenische republiek, waar men dit historische merkteken niet ziet.

Colofon