Het Vaderland, 27 oktober 1939
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Drie maanden bij de Armeniërs

Lezing van zendelinge mej. Cato de Witte

Hoe het Armeensche volk altijd vanwege zijn christelijk geloof door de Mohammedanen is gehaat en vervolgd, vertelde mej. Cato de Witte van de Stichting Morgenlandzending gisteravond voor de leden van het Ned. Luth. Genootschap voor In- en Uitwendige Zending. Zij herinnerde haar toehoorders aan het donkere jaar 1922, toen een millioen Armeniërs door de Turken vermoord en de overige twee en een half millioen uit Turkije werd verdreven. Zeshonderdduizend vonden een onderdak in Aleppo en het is van deze stad. dat mej. De Witte allereerst lichtbeelden liet zien. De opnemingen, waarvan verschillende in kleuren, waren buitengewoon fraai en gaven een uitstekenden indruk van deze oude Mohammedaansche stad met haar citadel, waarin volgens de legende aartsvader Abraham eenigen tijd doorbracht.

Spr. kwam weer op de Armeniërs terug door van de Vrijdagsmarkt te spreken, waar een Armeensch evangelist elke week naar toegaat en er in slaagt Mohammedanen voor het Christelijk geloof te winnen. Dezen Armeniër zagen de toehoorders later terug in het missiehuis te Aleppo, waar ook een polikliniek aan verbonden is. Het meerendeel der zieken, dat daar komt is ondervoed. De huizen waar zij in wonen zijn op een enkele uitzondering na allertreurigst. Wel zijn de barakken, waar zij eerst hun toevlucht in hebben gevonden, voor het grootste deel vervangen door gebouwen, maar deze zijn verre van ideaal.

Behalve hun grooten godsdienstzin is leergierigheid een van de eigenschappen van deze Armeniërs, vervolgde spr. Zoodra zij zich in een streek vestigen, is het eerste wat zij doen, na hun eigen huizen gebouwd te hebben, een kerk te doen verrijzen, welke zij buiten den dienst als school gebruiken. Ook moet men de fraaie tapijten niet vergeten welke de vrouwen, voor haar deur gezeten, borduren.

De Armeniërs, die destijds uit Turkije verdreven, hun heil zochten in de Sandjak van Alexandrette hebben dit land, nu het weer in Turksche handen is gekomen, in allerijl verlaten. Mej. De Witte liet van dezen uittocht enkele droevige beelden zien.

Over de brug welke de beide oevers van den Euphraat verbindt ging het Mesopothamië in. Tot diep in de woestijnen is de zending doorgedrongen. De zwaarste zendingspost is wel in het Tigrisgebied. Men hoopt dezen uit te kunnen breiden en men verwacht hier veel succes te hebben bij de Koerdische stammen die zeer gevoelig zijn voor vertellingen.

Colofon