Het Vaderland, 18 februari 1926
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Noodkreet van een ongelukkig volk

"In naam van Christendom en menschelijkheid smeeken wij U te luisteren naar ons verzoek om hulp". Aldus namens de Assyrische vluchtelingen in den Kaukasus enkelen hunner in een smeekschrift. Eenmaal vormde de Assyrische Christenheid een groot volk; tot in China toe hebben zij het Christendom geplant, waar de inscripties van Finganfoe in 't Assyrisch van getuigen, maar zeven eeuwen van martelaarschap hebben er nauwelijks een honderdduizend overgelaten; de Seldsjukken, door de Turken gevolgd, en de Koerden hebben tot op heden hun werk van vernietiging voortgezet. Weder zijn er duizenden en duizenden als schapen geslacht, mannen, vrouwen en kinderen levend verbrand, zoo niet erger, omdat zij Christenen waren, en omdat de arm van Europa zich terug trok.

Tweeërlei beoogt nu ons Nederlandsch Comité voor den nood der Assyrische Christenheid. Ten eerste de ongeveer 9000 réfugié's uit Noord-Perzië en Koerdistan, die in en om Tiflis in den grootsten nood verkeeren, eenige hulp te bieden en, ten tweede een som bijeen te brengen voor de geestelijke belangen van deze verdrevenen, die door onwetendheid als schapen zonder herder aan de grootste gevaren blootgesteld zijn. Deze belangen worden behartigd door hun aartsbisschop Mar Timotheus die zoo mogelijk bij Mozoel een opleiding voor geestelijken tracht te scheppen tot behoud van de oudste Christelijke Kerk onder de verstrooide Assyriërs.

Voor het eerst hebben wij de medewerking van de International Near East Association dat Europeesche en Amerikaansche mannen ter plaatse heeft, zoodat zuiver beheer en effectieve besteding der gelden is verzekerd.

Voor het tweede doel zal overdracht der ingekomen sommen eerst geschieden, wanneer het effect op analoge wijze verzekerd is.

Met vertrouwen doen wij een beroep op de edelmoedige sympathie onzer landgenooten. Hier geldt het, naar de krachten ons gegeven, mede te merken tot het redden van de overblijfselen van het oudste Christenvolk der wereld, het redden van den hongerdood van weduwen en weezen, van menschen, die onbeschrijfelijk geleden hebben voor wat hun hoogst en heiligst goed is. Wij weten wat gewetensvrijheid is, en hebben haar, eeuwen geleden, duur gekocht; laat thans niet alleen ons hart, maar ook onze hand daarvoor doen, wat zij vindt om te doen. Men verwarre deze Assyrische Christenen niet met de Armeniërs, voor wie Nederland reeds vaak gegeven heeft. Voor deze menschen is nog nimmer een beroep gedaan op onze offervaardigheid.

Reeds kwamen enkele giften in bij de eerste vermelding in de pers, dat een Nederlandsch Comité zich vormen zou. Laat thans ook Uw hart spreken. Zend Uw gift toe of laat haar overschrijven op de postrekening van het Nederlandsch Comité voor den nood der Assyrische Christenheid, secr.-penn. mej. H.M. Waller, Hotel Pomona, Utrecht, nummer der postrekening: 27911.

Prof. Dr. V.H. Aalders, Groningen
Dr. J.F. Beerens, Utrecht
Prof. Dr. F.Th. Böhl, Groningen
Prof. Dr. A.M. Brouwer, Zeist
Dr. J.R. Cullenbach, Rotterdam
Prof. Dr. J. Cramer, Utrecht
Mej. H.V. Crommelin, Zeist
Ds. C.W. Coolsma, Groningen
H. Dunlop, den Haag
Dr. J. de Groot, den Haag
Prof. Dr. Ph. Kohnstamm, Amsterdam
Prof. Dr. H.M. van Nes, Leiden
Prof. Dr. J.R. Slootemaker de Bruine, Utrecht
Dr. J.Th. de Visser, den Haag
Prof. Mr. de Vries, Rotterdam
J.N. Voorhoeve, den Haag
Mej. G.B.M. van Zwet, Rotterdam
Mej. N M. Wallet, secr.-Penn.
Prof. Dr. J. de Zwaan, Groningen, Voorzitter

Colofon