Het Vaderland, 13 december 1928
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Een Armeensch predikant over de lijdensgeschiedenis van zijn volk

In de Duinoordkerk aan de Adriaan Goekooplaan heeft gisteravond ds. H. N. Ghazarossian, Armeensch predikant te Marseille, ingeleid door ds. Jalink, gesproken over het lijden van zijn volk.

Spr. begon met een dankwoord tot het comité, dat hier te lande zooveel gedaan heeft voor de Armeniërs. Hij bracht de groeten over van de Armeensche broeders en zusters.

De Armeensche geschiedenis, aldus spr., is één lijdensgeschiedenis. Eeuwen lang reeds worden de Armeensche Christenen door vele volken onderdrukt. Vele volken uit den Bijbel zijn verdwenen. Het Armeensche volk leeft nog. Het werd en wordt versmaad en veracht, maar toch is het altijd vol levensblijheid gebleven. Daarom vraagt spr. dit volk te helpen. Van politieke machten vraagt spr. thans niets. Hij vraagt slechts liefhebbende handen. In den grooten oorlog hebben honderdduizenden Armeensche soldaten zijde aan zijde met de geallieerden gevochten. Veel werd beloofd, maar geen enkele belofte werd ingelost.

Een der stamvaders der Armenen wordt reeds in den Bijbel in Genesis genoemd. Het Armeensche volk is een mengsel van een Europeesch ras met het Semietische. Het Armeensche volk is ook een oer-Christelijke natie. Twee apostelen kwamen er het Christendom vestigen, dat er echter in de eerste twee eeuwen geen vasten bodem vond.

Spr. ging vervolgens de geschiedenis van het Armeensche volk na. Daarbii vertelde hij o.a. dat in 500 na Chr. de Armeensche litteratuur – met de vertaling van den Bijbel – een aanvang nam. Eeuwen geleden was het Armeensche volk 30 millioen zielen groot, thans slechts bedraagt het aantal Armenen 3 millioen. Deze vermindering vindt slechts haar oorzaak in de eeuwenlange vervolging der Armeniërs.

In Silezië en Mesopotamië wonen Armeniërs, die echter hun Armeensche taal – door verdrukking – verloren hebben. Hun geloof echter hebben zij niet verloren. Ook dragen zij nog Armeensche namen. Spr. vertelde voorts uit eigen ervaring van de vreeselijke vervolgingen, die hij had meegemaakt, van steden en tientallen dorpen die hij in vuur had zien opgaan en heuvels van beenderen van verrnoorde Armenen. Zijn vader zelf, een onderofficier, is gedood door Turken.

Vooral in den oorlog bereikten de gruwelen van de zijde der Turken het toppunt. Nooit zal men, aldus spr., het lijden van het Armeensche volk kunnen beschrijven. En hij accentueerde dit met voorbeelden, die herinnerden aan inquisitie-straffen en middeleeuwsche kwellingen.

Hij vertelde van Armeensche geleerden en predikanten wier wapen de Bijbel was, die opgehangen werden, die uren lang gemarteld werden tot ze bezweken, wier nagels van de vingers werden getrokken, enz., enz.

Na den oorlog, toen de verwachtingen der Armeniërs weder opbloeiden, kwam er weer oorlog tusschen Frankrijk en Turkije. Armenië was het stootblok.

En weer vertelde ds. Ghazarossian verder van de gruwelen uit dien tijd, gruwelen, die eerder aan vreeselijke nachtmerries doen denken dan dat men ervan gelooven kan, dat zij in onzen tijd werkelijk bedreven zijn.

Velen zijn thans naar Azië getrokken of naar Frankrijk, waar bijv. een kolonie van 60,000 Armeniërs is. In 1923 waren er 120,000 Armeensche weeskinderen. Vooral voor dezen heeft Amerika veel gedaan.

Spr. eindigde met een woord van dank tot God, dat Hij zulke vrienden als de Action Chrétienne en Oriënt aan de Armeniërs had gegeven. Hij bad de aanwezigen toe met Paulus niet moede te worden voor iets, dat voor allen een eere is.

Er werd evenals voor den aanvang van de toespraak door de in veel te kleinen getale opgekomen aanwezigen Gezang 52:9, aangeheven, waarna met gebed de bijeenkomst gesloten werd.

Colofon