Utrechts Nieuwsblad, 4 mei 1909
Bron: het Utrechts Archief

Turkije

De "Daily Telegraph" vertelt, dat het aantal dooden in het district Adana op 25.000 wordt geschat. De Duitsche "Kabelgesellschaft" verneemt dat de beweging in Adana alleen tegen de Armeniërs gericht was en dat, als er Grieken of Europeanen gedood zijn, dit slechts in de opwinding gebeurd kan wezen.

Het bloedbad op 25 April ontstond, doordat de Armeniërs hun wijk in staat van verdediging stelden. Toen men eischte dat zij zich zouden overgeven, antwoordden de Armeniërs met geweerschoten. Daarop staken de Turken de Armenische wijk in de brand en begonnen het bloedbad.

In de Kamer is Zaterdag over de slachtingen in Adana gesproken. Een groot aantal afgevaardigden, speciaal Armeniërs, vielen de regeering aan en eischten, dat de gewezen wali in staat van beschuldiging zou worden gesteld.

De onderstaatssecretaris van binnenlandsche zaken las telegrammen voor van autoriteiten, die de troebelen wijten aan Armenischen revolutionairen en verklaren, dat overal de Armeniërs de aanvallende partij waren geweest.

De Armeniër Johral verklaarde, onder instemming van enkele Jong-Turken, dat de troebelen door de autoriteiten en door den moordenaar Abdoel Hamid waren aangestookt.

De Kamer nam ten slotte genoegen met de mededeling van den onderstaatssecretaris van buitenlandsche zaken, dat hij binnenkort een commissie van onderzoek naar Adana zou zenden om hulp te verleenen aan de slachtoffers en een krijgsraad om de schuldigen te straffen.

Colofon