Utrechts Nieuwsblad, 25 maart 1895
Bron: het Utrechts Archief

Armenische gruwelen

Indien er nog eenige twijfel mocht bestaan aan de juistheid van de berichten over de Armenische gruwelen, dan wordt deze geheel weggenomen door den brief, welken de Daily News van haren correspondent in Armenië heeft ontvangen. De brief is verzonden uit Ghen Juemissor, een plaats aan de Russische grens, en gedagteekend 28 Februari; er waren bijzondere maatregelen noodig om te zorgen dat hij niet in handen der Turksche autoriteiten viel, vandaar de vertraging.

Wat de correspondent hier mededeelt, bevestigd alles wat tot dusver is uitgelekt van de onmenschelijke gruwelen, door de Turken bedreven. Terecht zegt de Daily News, dat deze feiten zoo duivelachtig zijn, dat zij zelfs in de Turksche annalen hunne wedergade niet vinden en dat zij de Bulgaarsche gruwelen van negentien jaar geleden evenaren. Dagen en weken lang hebben de Turksche troepen hun bloedigen tocht door de ongelukkige dorpen voortgezet; zij zonden de Koerden vooruit om het ruwe moordenaarswerk te doen, en zelf waakten zij dat geen der vluchtelingen kon ontsnappen.

Het voornaamste van de hier medegedeelde feiten heeft de correspondent opgeteekend uit den mond van een Turksch onderofficier, die deel uitmaakte van het 25e regiment infanterie onder kolonel Ismail Bey, de man die onmiddelijk aansprakelijk is voor alles wat er is gebeurd. De onderofficier in kwestie heeft thans het leger verlaten en vergetelheid gezocht over de Russische grens; nader durft de correspondent hem niet aanduiden, want de man zou in de Russische grensstad geen oogenblik veilig zijn voor de wraak der Turksche autoriteiten. "De man kwijnt lanzaam weg, niet aan een bepaalde ziekte, maar hij sterft door de afschuwelijkheid van zijn eigen gedachten. Drie uur lang zat ik naast hem, terwijl ik zijne getuigenis opteekende," schrijft de correspondent, "en de diepe melancholie, de kalme onoverwinnelijke wanhoop van deze ellendige maakte op mij een indruk die mij altijd zal bijblijven."

Wat deze zegsman vertelde betrof den beruchten "Put van Ghelié Guzan". Van alle zijden ingesloten, kwamen eenige honderden Armeniërs, mannen, vrouwen en kinderen, naar het Turksche kamp om zich over te geven, met een priester aan het hoofd. Deze grijsaard was het eerste slachtoffer. De Turksche kolonel verweet hem, dat hij zijn volgelingen had verblind en tot straf daarvoor gaf hij last hem op zijn beurt blind te maken. Een soldaat stak den priester met een mes de oogen uit, en toen de ongelukkige smeekte afgemaakt te worden, reeg men hem aan de balonet. De overige vluchtelingen werden weggeleid, de kolonel liet hen voedsel geven, zoodat de Armeniërs reeds hoop begonnen te koesteren. Den volgenden dag kwamen zich meer vluchtelingen aanmelden, daarna werd het dal afgezet door een cordon van troepen. De kolonel liet twee diepe kuilen graven, die tot graf voor de Armeniërs waren bestemd. Toen de kuilen gereed waren, werden de soldaten in sectiën afgedeeld, die bevel kregen de vluchtelingen bij troepen naar de kuilen te drijven, te vermoorden en daarna in het graf te werpen.

Dit moordenaarswerk werd een week lang iederen avond hervat; somtijds werden er vierhonderd op een avond afgemaakt. Toen de kuilen vol waren, werden de lijken in een ravijn geworpen om plaats te maken voor anderen. De zegsman had zelf ook medegedaan, want als soldaat kon hij niet weigeren; als een der soldaten aarzelde, dreigde de Bey hem met zijn revolver.

De Armeniërs boden geen tegenstand; het zou hun trouwens niet gebaat hebben, want zij waren ongewapend. Deze stelselmatige slachting duurde voort, totdat bijna al de vluchtelingen, die waren overgebleven van de uitmoording der Armenische dorpen, waren omgebracht. De overigen werden gered door de aankomst van den Pacha uit Moush, die begreep dat het tijd werd om het bloedbad te staken.

Dit is in hoofdtrekken het gruwelijke verhaal van den "Put van Ghelié Guzan" dat nu van twee zijden wordt bevestigd. Wat zal de Turksche regeering op deze vreeselijke beschuldiging antwoorden, zal zij de moordenaars straffen? Te oordeelen naar de houding, die zij tot dusver heeft aangenomen, en naar de wijze, waarop zij de commissie van enquête hun taak stelselmatig heeft bemoeilijkt, is van de Porte geen rechtvaardigheid te verwachten.

Colofon