Utrechts Nieuwsblad, 24 maart 1896
Bron: het Utrechts Archief

Buitenland

Het Turksch gezantschap te 's Gravenhage maakt eene mededeeling openbaar, bestemd om op te komen tegen een oproeping in de Nederlandsche bladen (van wege de Evangelische Alliantie), om zich te vereenigen in gebed voor de vervolgde Christenen in Armenië. De bloedige tooneelen – dus heeft men de stoutheid van vol te houden – waren uitgelokt door de orthodoxe Armeniërs zelven, daartoe aangezet door buitenlandsche commissies en zendelingen. Maar nergens is een haar gekrenkt (sic) aan eenig ander Christen, 't zij dan van de Syriërs, de Assyriërs, de Katholieke Armeniërs of Christenen van andere secten.

Het gezantschap spreekt voorts "officieel" de berichten tegen omtrent gedwongen overgangen van Armeniërs tot het Muzelmansch geloof. Waar die overgangen plaats hadden geschiedden die geheel vrijwillig.

Men kan vrij zeker aannemen, dat deze mededeelingen behooren onder de rubriek officieele leugens.

Colofon