Utrechts Nieuwsblad, 2 januari 1896
Bron: het Utrechts Archief

Buitenland

"Waar de Turk zijn voet zet, groeit geen gras meer", zoo luidt een spreekwoord onder de Armeniërs. Opnieuw is dit bevestigd bij de inneming van Zeitoem door de Turken. Van de bewoners dier stad hebben slechts weinigen 't leven kunnen redden.

De mogendheden doen niets om in dezen inderdaad treurigen toestand verandering te brengen. Alleen Engeland geeft er blijken van, de zaak nog niet vergeten te zijn, maar Frankrijk, Duitschland en Italië houden zich stil, en doen precies alsof zij de smeekbeden der Armeniërs niet hooren.

Ook over Rusland zullen de armeniërs te klagen hebben. Eene commissie, die hare opwachting maakte bij den Czaar, werd maar koeltjes ontvangen en ontving van Vorst Lobanoff tot bescheid, dat Rusland zich voor de Christen onderdanen reeds zooveel opofferingen heeft getroost, dat nu het overig Europa wel eens bij kon springen. Wanneer minstens drie Mogendheden – moet Vorst Lobanoff gezegd hebben – waarvan eene dan Engeland zou moeten wezen, Rusland uitnoodigden, dan zou dit er voor te vinden zijn de onrustige districten in Klein-Azië onder zijne administratie te nemen; maar daartoe zou de Czaar natuurlijk verzekerd moeten wezen van den steun van Europa.

Colofon