De Tribune, 19 mei 1917
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De Armenische gruwelen

In het Engelsche parlement werd door Lord Cecil het volgende medegedeeld:

Van de 1.800.000 Armeniërs, die zich 2 jaar geleden in het Turksche rijk bevonden, zijn 1.200.000 vermoord of gedeporteerd. Degenen, die vermoord werden, stierven onder de verschrikkelijkste kwellingen. Mannen, vrouwen en kinderen werden zonder teerkost en zonder dat men eenig acht sloeg op hun leeftijd of hunne lichamelijke gesteldheid, uit hunne huizen gedreven. Zoo lang hunne krachten het toelieten moesten zij marcheeren, tenzij hunne drijvers hen op een gegeven oogenblik verdronken of vermoordden. Iedere verandering zou als een weldaad beschouwd worden door een volk, dat zulke kwellingen heeft doorstaan. Over Palestina en Syrië las Lord Robert Cecil een rapport van dr. Hoskyns, het hoofd van de Amerikaansche missie te Bairoet. Zijn beschrijving van den toestand was ontzettend en bevestigt al de reeds ontvangen rapporten. De bevolking van den Libanon en de Mohamedanen in Syrië zijn sinds 8 maanden aan een uiterst wreed schrikbewind onderworpen. Zij sterven den hongerdood. Men schat dat in Libanon 80.000 menschen gedood werden.

Colofon