De Telegraaf, 7 maart 1918
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De Armeniërs aan de Turken overgeleverd

Terwijl de schanddaden der Duitschers in het hart van beschaafd Europa rustig voortgaan – het torpedeeren van hospitaalschepen, het leegplunderen van België en Noord-Frankrijk, het tot militairen dwangarbeid doemen zijner bewoners enz. enz. – komen thans ook de misdaden, im Polen door hen gepleegd, aan den dag. Dat het uur der gerechtigdheid voor hen slaan zal, alvorens de algemeene vrede wordt gesloten – dat wordt door velen betwijfeld, nu Rusland ineenstort. Wij hebben er echter reeds op gewezen, dat Duitschland daar bezig is zijn eigen graf te delven. Juist het grove machtsmisbruik waartoe het zich verleiden laat, zal oorzaak zijn, dat het de gansche wereld bereid zal vinden, den Duitschen geest te verslaan.

Bij de vernederende voorwaarden, den Russen opgelegd, is er thans nog een voor den dag gekomen, die de verbluffende brutaliteit der centrale machten nog sterker aan den dag doet treden. Dat is de afstand van een deel van Kaukasië, en wel het deel bezuiden den Kaukasus aan de Zwarte Zee. Nadere berichten moeten worden afgewacht om de juiste omgrenzing van het opgeëischt gebied vast te stellen. Genoemd worden de districten Batoem, Kars en "Erdsjan" en men leest, dat de "staats- en volkenrechtelijke regelingen" voor deze gebieden zullen vastgesteld worden door de bevolkingen zelve "in overleg met de nabuurstaten, met name Turkije".

De laatste woorden geven te kennen, dat er, behalve Turkije, nog van een andere buurstaat sprake moet zijn. Dit kan geen andere zijn dan Perzië. Is dit zoo, dan zal voor "Erdsjan" waarschijnlijk gelezen moeten worden Eriwan. Dat zou het feit nog ernstiger maken.

Ernstig genoeg is het toch reeds. Batoem is een groote petroleumhaven en door den afstand daarvan moet de geheele Russische petroleumtransport van Bakoe aan de Kaspische Zee, vanwaar een pijpleiding naar Batoem ligt, ontwricht worden. Maar zwaarder nog dan het lot der petroleumindustrie moet dat der Armeniërs wegen. De sterke vesting Kars, in 1878 door Rusland op de Turken veroverd, is de zetel van een Armenische aartsbisschop. Behalve Armeniërs wonen in het district Kars veel Koerden, hun woeste aartsvijanden, en onder Turksch bestuur, zijn de Armeniërs aan de Koerden overgeleverd. Bovendien zijn talrijke Armeniërs tijdens de moordpartijen en deportaties door de Turken in dezen oorlog naar het Russisch gebied gevlucht. Die allen zullen nu weer aan de Turken worden uitgeleverd.

De provincie Eriwan wordt bijna geheel door Armeniërs bewoond. Behalve aan Turkije grenst zij aan Perzië. Niet ver van de hoofdstad Eriwan ligt de kloosterstad Etsjmiadzin, de zetel van het hoofd der Armenische kerk, de Katholicos. Wordt ook Eriwan Turksch, dan is het met het Armenische volk gedaan.

Wat zegt nu de beschaafde wereld van het beestachtig cynisme, dat spreekt uit de uitlevering der reeds zoo gemartelde en gedecimeerde Armeniërs door de beide Christelijke keizerlijke regeeringen aan den Turk en den Koerd?

Colofon