De Telegraaf, 6 oktober 1917
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Hulp voor het Armenische volk

Van alle volkeren, die in den wereldoorlog betrokken zijn, heeft geen enkel naar verhouding zoo zwaar geleden als het Armenische volk. Ofschoon het met de oorzaken van den oorlog niets had uit te staan, noch ook in belangrijke mate bij de eigenlijke oorlogvoering betrokken was, heeft het in den loop van den oorlog de helft van zijn onder Turksche heerschappij levende mannen, vrouwen en kinderen verloren.

Na het ontzettende, dat geschied is, het verschrikkelijkste wel wat deze aan vreeselijkheden zoo rijken oorlog te zien gegeven heeft, blijft slechts de vraag over, of aan de overlevenden, of althans aan een deel van hen, nog hulp kan worden geboden.

De ondergeteekenden doen een beroep op allen om bijdragen, groot en klein, te willen afzonderen voor het werk van het in stand houden van de resten van het zoo ontzettend zwaar getroffen Armenische volk. Zij hebben zich waar rechtstreeksche relatiën van Nederland met personen in de streken, waar het hulpwerk te verrichten valt niet bestaan, in verbinding gesteld met het Zwitsersche Comité, dat over zulke relatiën wèl beschikt, doordat vele zendelingen en onderwijzers van die nationaliteit in die streken werkzaam waren voor den oorlog en zich aldaar thans voor de hulpverleening hebben beschikbaar gesteld.

Het Zwitsersche Comité, dat bereids belangrijke sommen sedert 1915 heeft overgemaakt, geeft volledige garantie, dat de gelden tot zijne beschikking gesteld, ten volle aan hun doel ten goede komen.

Mr. Ant van Gijn, voorzitter, te 's-Gravenhage, oud-minister van Financiën; jhr. mr. A.F. de Savornin Lohman, te 's-Gravenhage, minister van Staat, lid van de 2e Kamer der Staten-Generaal; mr. U.J.H. Patijn, te 's-Gravenhage, lid van de 2e Kamer der Staten-Generaal; mejuffrouw E.J. van der Hoop, secretaresse-penningmeesteresse, Kanaalstraat 7A, te 's-Gravenhage; mejuffrouw L.C.A. van Eeghen, te Amsterdam, allen leden van het Uitvoerend Comité; S.P. van Eeghen, president van de Kamer van Koophandel, te Amsterdam; E. Sillem, lid van de firm Hope & Co., te Amsterdam; dr. J.C.J. Bierens de Haan, te Rotterdam, arts; mr. W.C. Mees, te Rotterdam, secretaris Ned. Handels-Hoogeschool; professsor J. de Zwaan, te Groningen; jhr. mr. D.R. de Marees van Swinderen, te Groningen, rechter in de arrondissements-rechtbank; mr. J.A. Stoop, te Leeuwarden, advocaat, lid van de Provinciale Staten; mr. G.W. baron van der Feltz, te Assen, lid van de le Kamer der Staten-Generaal; mr. W. baron de Vos van Steenwijk, te Wijhe, lid van de le Kamer der Staten-Generaal; mevrouw van Kretschmar van Veen-van de Poll, te Utrecht; mr. C.J. baron van Tuyll van Serooskerken, te Arnhem, rentmeester van het Kroondomein; mr. A.F. baron van Lynden, te Baarn, oud-burgemeester van Utrecht; jhr. mr. P.J.J.S.M. van der Does de Willebois, te 's-Hertogenbosch, lid van de le Kamer der Staten-Generaal; jhr. mr. Ch. Ruijs de Beerenbrouck, te Maastricht, lid van de 2e Kamer der Staten-Generaal; A. Bierens de Haan, te Haarlem; professor dr. J.Ph. Vogel te Leiden.

Giften uit Amsterdam zullen gaarne in ontvangst worden genomen door mej. C.C.A. van Eeghen, Herengracht 462.

Colofon