De Telegraaf, 5 december 1918
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Hulp voor de noodlijdende Armeniërs

Een adres aan president Wilson.

Het uitvoerend comité tot hulpbetoon aan de noodlijdende Armeniërs, bestaande uit mr. Ant van Gijn, Jhr. mr. A. F. de Savornin Lohman, mr. R.J.H. Patijn, mej. E.J. van der Hoop. mej. L.C.A. van Eeghen, prof. dr. D.P.D. Fabius, dr. L. Heldring en ds. H. Koffyberg, zal aan president Wilson een adres aanbieden, waarin gezegd wordt:

Gedachtig aan Uw uitspraak, in Uw boodschap van 1 September 1918: "Deze oorlog is een oorlog ter bevrijding", komt het "Nederlandsch Comité tot hulpbetoon aan Armenië", met vele zijner begunstigers, tot U, om U eerbiedig te verzoeken, ten krachtigste de volkomen bevrijding der gemartelde Armeniërs van onder hun Turksche tirannen, te willen bevorderen bij de aanstaande vredessluiting.

Een oude eereschuld vraagt nu, meer dan ooit, om afdoening.

Artikel 61 van het verdrag van Berlijn van 13 Juli 1878, n.l. te waarborgen het leven en den eigendom en de zekerheid van de Armenische natie, in haar stamland van Klein-Azië, bleef al veertig jaar krachteloos.

De Armenische natie moet nu voor immer van alle Turksche verdrukking en inmenging in haar zaken bevrijd worden.

De beloften der geassocieerde Mogendheden, bij monde der heeren Clemenceau, Lloyd George en Orlando gedaan, om ook het lot der Armenische natie bij den komenden vrede te regelen, "selon les règles superieures de l'humanité et de la justice", kunnen en moeten nu, ook door Uwe waardevolle medewerking, finaal worden ingelost.

Ons vastklemmende, Mijnheer de President! aan Uw ridderlijke uitspraak op den jongsten "Independence Day", aan boord van uw jacht "Mayflower" tot den heer Sovasly, representant van de Armenische delegatie: "geen enkele kwestie zal op het komende vredescongres ten halve worden gedaan, daar onder ook de Armenische kwestie; zij zullen eens vooral worden opgelost", voegen wij onzen steun bij die van geheel de Christenheid, met Armenië's lot bewogen en smeeken U willen Gladstone's uitspraak te hebben realiseeren: "Armenië helpen, is de menschheid helpen". Daardoor zult Gij, Mijnheer de President, ook Uw eigen woorden van kracht maken, die Gij eens in Uw redevoering van 4 December 1917, als slotwoord spraakt: "De hand Gods is gelegd op de natiën: Hij zal hun genadig zijn, zoo zij zich weten op te heffen tot de klare hoogten van zijn eigen gerechtigheid, en genade".

Aan allen, die dit adres willen onderteekenen, wordt verzocht hun kaartje te zenden aan ds. H. Koffyberg, te Muiderberg.

Colofon