De Telegraaf, 5 oktober 1912
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De verdrukking der Armeniërs

De Armeniërs zijn de wanhoop nabij, schrijft de "Temps"-correspondent te Constantinopel. De oorlog met Italië, de vredes-onderhandelingen, de beweging der Malissoren, de opwinding in Albanië, de hervormingen in de vilajets in Europeesch Turkije, de dreigende houding der Balkan-mogendheden, dit neemt gans en al de aandacht der Porte in beslag, maar hun klachten, hun wanhoopskreten, werken niets anders uit dan beloften en nog eens beloften, terwijl hun broeders in Klein-Azië door de Koerden-benden vermoord worden. Steeds talrijker worden de telegrammen, die op het Armeensch patriarchaat te Constantinopel binnen komen en waarin op de meest indringende wijze om hulp gesmeekt wordt. Niettegenstaande de bevelen der regeering gaan de militairen en andere autoriteiten der vilajets, die door Armeniërs bewoond worden, voort met op te treden, als leefde men nog onder het régime van Abdul Hamid. Voortdurend zijn de Armeniërs aan daden van geweld en willekeur blootgesteld, en in plaats dat de politie de schuldigen opspoort, worden de huizen der Armeniërs doorzocht en alle wapenen in beslag genomen, terwijl de Koerden tot de tanden gewapend rustig door de straten lopen te wandelen.

De grootste zorg der Koerdische bandieten is elken regeeringsmaatregel te voorkomen, die ten doel zou hebben de landerijen, die zij aan de Armeniërs ontnomen hebben, weer aan de rechtmatige eigenaars terug te geven. Om zich het bezit daarvan blijvend te verzekeren, dwingen zij de Armeniërs om een bewijs te teekenen, dat zij de helft hunner goederen aan de Koerden hebben afestaan. Weigeren zij, dan volgt de dood. Een groot aantal Armeniërs heeft besloten uit het land te wijken en alles in den steek te laten. De aartsbisschop van Van heeft het patriarchaat te Constantinopel van dit besluit in kennis gebracht; hij betwijfelde echter ten zeerste, of dit plan werkelijk tot uitvoering zal komen, daar de Koerdische benden ongetwijfeld de arme emigranten onderweg vermoorden zullen. De nieuwe vali's van Van en Bitlis zijn dezer dagen naar hun post vertrokken. Zij waren vol goeden wil en deden tal van beloften aan het patriarchaat. Het is echter moeilijk te gelooven, dat zij werkelijk zullen slagen in de uitvoering van de hun opgelegde taak, die verre van makkelijk is. Een einde te maken aan de dwingelandij en het gewelddadig optreden der Koerden is een Hercules-werk.

Colofon