De Telegraaf, 25 oktober 1915
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De Turksche furie in Armenië

LONDEN, 25 October. (Reuter.) De correspondent van het Reuterbureau bij het hoofdkwartier van de Middellandsche Zee geeft in een telegram d.d. 24 October het verhaal van een Armenisch krijgsgevangene over de Turksche gruwelen weer.

Toen de man als invalide naar zijn tehuis in Zile, ten Noordwesten van Siva, terugkeerde, was hij er getuige van, dat de Turken den bisschop van Siwa ijzers aan de voetzolen nagelden, zooals men een paard beslaat, toen zij hem uit die stad verdreven. De vali verklaarde, dat de bisschop "als hoofd der Armeniërs toch niet barrevoets mocht gaan".

Toen de verhalen Zile bereikten, waren de Turksche autoriteiten daar juist bezig, de geheele bevolking, ten getale van ongeveer 20,000 zielen, naar de gevangenis te drijven, waaruit later de mannen weer aan troepjes naar het open veld werden gevoerd, met touwen aaneengebonden, en daar werden afgemaakt.

Vrouwen en kinderen werden vele dagen en nachten in de vlakte aan koude blootgesteld, totdat men geloofde, dat zij zich wel zouden bekeeren tot het Mohammedaansche geloof.

Allen weigerden. Daarop werden de moeders met de bajonet neergestoken, voor de oogen harer kinderen, die later werden verkocht.

De verhaler en zijn broeder voegden zich bij het Turksche leger, als moslims, en bereikte zoo Angora. Op den geheelen weg troffen zij Armeensche reservisten aan, op weg om zich bij het leger te voegen, dat de Armeniërs ging vermoorden. Te Angora vielen dezelfde gruwelen voor als te Zile. De Turken maakte de Armeniërs soms bij troepen van 800 tegelijk met de bajonet af, en scheurden hen letterlijk aan stukken, als zij reeds hulpeloos op de grond lagen.

Zestien Amerikaansche zendelingen zijn in New York uit Turksch Armenië teruggekeerd, aldus beschrijft onze Londensche correspondent. Zij deden allerlei verhalen van de ontzettende slachting onder de Armeniërs, van wie bij de belegering van Van, die 27 dagen duurde, duizenden door het zwaard en de pest omkwamen. Dr. Yarrow vertelde aan de "New York Times" het volgende:

"Van 20 April tot 17 Mei verdedigden 1500 vastberaden Armeniërs de stad Van tegen 5000 Turken en koerden. Tijdens de laatste drie dagen werden de belegerden met shrapnells beschoten uit een houwitser, die daar opgesteld was door een Turksche compagnie, onder aanvoering van een Duitsch officier. Ik zag hem persoonlijk het houwitservuur leiden. Twee dagen vóór de aankomst der Russen te Van, schoten de Turken moedwillig op de zendingsgebouwen. Deze waren heel duidelijk te herkennen, doordat er tot bescherming vijf Amerikaansche vlaggen en een van het Roode Kruis geplaatst waren. Het vuren was zoo zuiver gericht, dat de vlaggen weggeschoten werden. De Turken en de Koerden hadden den heilige oorlog tegen de Armeniërs afgekondigd en gezworen, hen te zullen verdelgen. Alle denkbare vormen van pijniging werden op de Armeniërs toegepast, de vrouwen en kinderen werden onbeschrijflijk gemarteld."

Dr. J.P. Xenides, hoogleeraar in het Grieksch aan het Amerikaansch college te Marsowan, in Klein-Azië, verklaarde te New York, dat de Turksche minister van Buitenlandsche Zaken den Amerikaansche gezant te Constantinopel bescherming van van den Amerikaanschen zendeling en van Armeniërs te Marsowan had toegezegd. Hun zou geen leed worden aangedaan. Maar dezelfde minister gaf tegenovergestelde bevelen aan den Turkschen gouverneur.

"26 Juni werd een bevel ontvangen," verklaarde prof. Xenides, "dat alle armeniërs Marsowan moesten verlaten, en zich begeven naar Mosoel, aan de Tigris, een karavaanreis van 20 dagen. Toen de aftocht begon, werden de mannen gescheiden van de vrouwen en kinderen, die in ossenwagens reden. Van de mannen werd nooit meer iets gehoord. Men zeide mij, dat ze allen werden gedood."

Colofon