De Telegraaf, 23 oktober 1908
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Turkije

In Kurdistan en Mesopotamië is het aan de Jong-Turksche regeering nog steeds niet gelukt de orde te herstellen. De Armeniërs in de provincie Van beklagen zich over aanvallen van plunderaars en reactionnairen. Rondom Mosul waren de militaire overheden verplicht een strafexpeditie tegen de daar wonende Kurden, die bij hun rooftochten tot in de stad zelf door wisten te dringen, te organiseeren.

Ook in de vlakte tusschen Beiedjik en Jebel Sinar hebben troepen van Kurden en Arabieren, versterkt door soldaten. die vroeger tegen Ibrabim-pasja dienst deden, hun protest tegen de moderniseering van het Ottomaansche rijk op gevoelige wijze geuit.

Meer dan 100 dorpen werden verbrand of uitgeplunderd.

De hoofden der Christen-stammen te Urfa en die der Yezidi's te Jebel Sinjar hebben dringend aan de regeering verzocht, dat het nieuwe liberale regime geen aanleiding mocht zijn, om het troepenaantal, dat tot bescherming dier streken dient, te verminderen.

Ook te Kunstantinopel is de reactie aan het werk. De politie moest een reactionnaire meeting In het Yenibaghteh-kwartier uiteenjagen; plakkaten tegen de Christenen gericht, werden des nachts overal aangeplakt; op bevel van het stadsbestuur zijn zij afgerukt. Blijkbaar vreest men te Konstantinopel nog voor nieuwe uitbarstingen. Militaire versterkingen zijn uit Saloniki ontboden.

Colofon