De Telegraaf, 22 april 1917
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Denemarken, Buitenland en Armenië

LYON, 21 April.

De deportatie en de stelselmatige uitroeiing van de Armeniërs is een der ergste gruweldaden van dezen oorlog geweest. De medeplichtigheid van Duitschland aan deze vernietiging, door Turkije, van een Christenvolk, staat vast. Hier volgt daarvan een nieuw bewijs:

Onder den titel "Den store jammer" (De groote ellende), heeft mevr. Inga Dalbadian, een Deensche, weduwe van een Armeniër, te Kopenhagen een beschrijving in het licht gegeven van de ontzettende moorden in Armenië.

Als voorwoord bij dit boek, in den vorm van een roman gehouden, schrijft mevr. Dalbadian:

"Voor mijn vertrek uit Armenië naar Constantinopel in September 1916, vernam ik, uit goede bron , dat het aantal vermoorden in Armenië zeer dicht bij de 1½ millioen was. Voor mij persoonlijk ben ik den Duitschers zeer dankbaar voor de goedheid, de welwillendheid en de hoffelijkheid welke zij mij bewezen hebben.

Te zelfder tijd had, met medeweten van de Duitsche consuls en bijna onder hun oogen, de groote moord in Klein-Azië, te Constantinopel en elders plaats, overal waar Armeniërs in Turkije leven. Mijn taak bepaalt zich tot de mededeeling van wat ik met eigen oogen gezien heb, met eigen ooren gehoord. De geschiedenis, die verheven Neutrale, zal eenmaal de verantwoordelijkheid vaststellen voor de ongelooflijke gebeurtenissen, die er hebben plaats gehad. Zij zal de schuldigen en de medeplichtigen vonnissen." – (Eigen bericht).

Colofon