De Telegraaf, 20 februari 1917
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Het bewind der Jong-Turken

(Van onzen V.-correspondent).

LONDEN, 19 Febr.

In een artikel, onder het opschrift: "De vechtende Turk", maakt de "Times" onderscheid tusschen den Turk, zooals men zich hem voorstelt en den Turk, zooals hij werkelijk is. Het blad weidt uit over den verderfelijken invloed, die door de jong-Turken op hun land wordt uitgeoefend en schrijft: "Gedurende den oorlog hebben wij veel gehoord van het goede karakter der Turken, toch hebben zij een duivelachtiger politiek gevoerd dan zelfs in dezen oorlog kon worden aanschouwd. De Armeniërs zijn vermoord en in den dood gedreven en waren ten prooi aan mishandeling en ziekte, zoodat 700.000 mannen, vrouwen en kinderen ontijdig om het leven kwamen. In den Libanon heeft eer kunstmatig veroorzaakte hongersnood meer dan de helft der bevolking uitgeroeid, die te midden van overvloed bezweek. Den Arabieren in Syrië hebben zij hun edelste families ontrukt, door ze dood te schieten of van hun laatste geld te berooven. De Joodsche kolonisten zijn tot armoede gebracht en moesten de laagste beleedigingen verduren. De Engelsche krijgsgevangenen stierven van honger en dorst aan den weg. Enkelen van de overlevenden zijn in ongezonde gevangenissen geworpen, waar zij verstoken zijn van kleeding, medicijnen en gewone levensbenoodigdheden. Desniettegenstaande is de sportieve geest en ridderlijkheid der Turken het geliefkoosde onderwerp van enkele schrijvers. Hoe is deze paradox te verklaren? De waarheid is, dat de Turk als heerscher een meedoogenlooze onderdrukker is, als onderhandelaar een listige Byzantijn, als soldaat een taaie strijder, als overwinnaar een gewetenlooze bullebak, maar wanneer hij gevoelt zijn partuur te hebben gevonden, is hij ridderlijk en als hij is verslagen, gedraagt hij zich als een pathetisch en bedroefd gentleman. Wanneer hij verslagen wordt, zal hij ons wijs willen maken dat de Armeniërs vermoord werden daar snoode Koerden en dat de hongersnood in den Libanon een ramp was, dien hij niet bij machte was af te wenden. Dat de Engelsche gevangenen stierven, omdat zij zwak waren, dat de oorlog zelf het werk was van de Duitsers, enz.

Toen de ster van zijn glorie opkwam, werd in verschillende toonaarden uitgebazuind: "De Armeniërs mogen in de eerste 50 jaren niet over onafhankelijkheid spreken."

Talaat bey zeide: "De Engelsche burgerlijke onderdanen zullen aan de Engelsche granaten worden blootgesteld". Enver pasja liet zich aldus uit: "Ik zal den Arabieren leeren, wie de baas is." Djemal beweerde: "Een gezonde Turk voor elken zieken of gewonden Engelschman of Indiër."

De Turk heeft de aarde bezaaid met ruïnes, hij schond de Mohammedaansche en de christelijke beschaving, hij is de begeerige gast en zachte landheer maar de onvermoeide verkwister. Na er op gewezen te hebben, dat de Duitsche invloed den Turk terugvoert tot het peil van zijn voorgeslachten, vervolgt de "Times": "De jong-Turken vormen een reactionnaire geweldmacht. De domme, onder de wapenen geroepen Anatolische boeren, zijn de werktuigen van hun droomen en moeten het oude gezag van de Toeranische rassen weder helpen herstellen en uitroeien wat onder hun bereik is.

De Islam wordt in Turkije verloochend, terwijl het fetichisme opleeft. De Engelschen zullen uit Indië en Egypte verjaagd worden en Rusland zal verlamd worden door den opbloei van het Turksche regime in Voor-Azië. Het Turksche nationaliteitsgevoel wordt door terrorisme gehandhaafd in geheime genootschappen, die zich bedienen van mes, kogel, omkooping en moord. In Europa, waar de jong-Turken door intrige en corruptie hun bewind voeren, zijn zij nog niet geneigd van deze middelen afstand te doen."

Colofon