De Telegraaf, 18 december 1915
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De rampzalige Armeniërs

Lord Bryce geeft nog meer bijzonderheden over de jegens de Armeniërs begane wreedheden. De berichten komen uit volkomen betrouwbare bron.

In de "Times" lezen we van gruwelijke wreedheid en duivelse listigheid, waarmee den Armeniërs geld wordt afgezet alvorens ze worden gedood, want voor dit volk is de dood het einde, als er niet spoedig maatregelen worden getroffen om de uitroeiing te verhinderen.

Twee, drie weken geleden werden te K. tweehonderd voorname Armeniërs gevangengenomen, 's nachts met 30 tot 40 tegelijk in een wagon geworpen, naar den rivieroever gevoerd en daar omgebracht.

Verleden week ontkleedde men de Armenische mannen, Gregorianen, Protestanten, Katholieken, tot op hun hemd, bond ze aan elkander vast, voerde ze mee ... en van de ongelukkigen werd niets meer gehoord. Vrouwen en meisjes werden over de Turksche dorpen verdeeld, en de Turken kwamen uit de bende kiezen wat van hun gading was.

Heden telde ik 21 vrouwen en kinderen, verhaalt een getuige; afgemat lagen ze in een onzer wachtzalen op den grond. De meesten waren bergbewoners en op deze heete vlakte stierven ze door de uitputting spoedig.

Men haast zich niet altijd met het ter dood brengen der ongelukkigen; de verdukkers willen eerst op hun gemak de vrouwen en goederen uitkiezen, die hun bevallen.

En veel vaders en broeders van deze meisjes en kinderen strijden voor het rijk, dat hen martelt. Zoo was het ook in 't geval met den vader van een kind, dat stervend in de kliniek werd gebracht en van een ander, dat weldra in dezelfden toestand zal verkeeren.

DR. en miss A. maakten de moordpartijen van '94 en '96 mee en ik was getuige van twee revoluties – maar nooit hebben we iets gezien als thans.

Colofon