De Telegraaf, 14 augustus 1907
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De Armeensche zwarte hand

Voor enkele weken werd in New-York een bekend en vermogend Armeniër vermoord. Dat leidde tot de arrestatie van een jongeman, onder wiens papieren brieven werden gevonden, die grond genoeg gaven tot de arrestatie van een Armeenschen priester, Levont Martagestian. Tegen dezen is een strafvervolging ingesteld, wegens afpersing in zeven gevallen.

Men gelooft ook, dat hij met een aantal medeplichtigen op groote schaal het handwerk van terrorisatie en afdreiging van zijn landgenooten uitoefende.

Uit in beslag genomen papieren blijkt o.m. dat de heeren 50,000 à 100,000 pond jaarlijks inkomen hadden.

Welgestelde lieden werden, in naam van het Armeensche revolutionnaire comité, bijdragen gevraagd. Werden deze niet ingeleverd, dan volgden dreigbrieven, en, in het geval, boven bedoeld, liep de zaak zelfs uit op een moord.

De meeste Armeniërs te New-York waren zóó bang voor het comité, dat ze het niet eens waagden aangifte te doen bij de politie, als ze een dreigbrief ontvingen.

Colofon