De Telegraaf, 14 juli 1909
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Het onderzoek naar de Armeensche gruwelen

Het onderzoek naar de aanleggers der Armeensche gruwelen, is in vollen gang. In de verschillende vilajets, vanwaar eenige weken geleden berichten van nieuwe gruwelen kwamen, worden thans dagelijks personen in hechtenis genomen, die als de hoofdaanleggers der onder de Armeniërs aangerichte bloedbaden worden beschouwd. Hoe het fanatisme indertijd in deze streken heeft huisgehouden, mag zeker blijken uit het feit, dat de krijgsraad handen vol werk heeft om alle verdachte personen te arresteeren en de schuldigen te straffen, terwijl men toch in de verschillende vilajets algemeen van meening is, dat in de meeste plaatsen, met name in Marache en Antiochië, slechts die personen gestraft werden, die zich aan zeer buitengewone gruweldaden schuldig maakten.

Met dat al kreeg nog een aanzienlijk aantal thans een welverdiende straf. Te Marache werden niet meer of minder dan 500 personen gearresteerd, bijna allen ambtenaren of notabelen uit de stad. Drie individuen, die beschuldigd waren een vrouw de armen en de ooren te hebben afgesneden, om zich op die wijze van haar armringen en oorringen te kunnen meester maken, zullen binnenkort gehangen worden.

Te Antiochië had de arrestatie plaats van een dweper, die op alle mogelijke manieren het volk tot de gruwelen wist op te zetten, en wapenen onder de menigte had uitgedeeld.

Te Cassab, waar eveneens een vreeselijke slachting werd aangericht, is het onderzoek in vollen gang; De resultaten zijn tot nu toe nog niet bekend.

Het optreden van den krijgsraad wordt te Adana sterk gelaakt. De krijgsraad veroordeelde hier een aantal Armeniërs, die volgens het oordeel der rechters, van het recht tot zelfverdediging wel wat al te vrij gebruik hadden gemaakt, en zelfs op hun beurt hun aanvallers waren te lijf gegaan. De aanvallers zelf bleven ongestraft. Algemeen krijgt men den indruk, dat de Turken zooveel mogelijk gespaard worden, hetgeen niet weinig ontevredenheid verwekt.

Colofon