De Telegraaf, 12 maart 1918
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Hakki Pasja over Kars, Erdahan en Batoem

BERLIJN, 12 Maart.

In een gesprek met vertegenwoordigers van de "Allg. Nordd. Ztg." verklaarde de Turksche gezant te Berlijn, Hakki Pasja, o.a. betreffende de in neutrale bladen geuite critiek op de bepalingen van het verdrag over Erdahan, Kars en Batoem:

"Toen Turkije in 1878 gedwongen werd, dit gebied aan Rusland af te staan, vernam men niets van deze critiek. Ik kan onze aanspraak op teruggave van deze drie districten aan Turkije slechts afleiden van feiten, welke de geschiedenis en de aardrijkskunde in het leven hebben geroepen. De districten van Kars, Erdahan en Batoem zijn door de Ottomanen van twee ten tijde hunner rooftochten verdwenen keizerrijken verworven en hebben 400 jaar lang aan Turkije toebehoord en nooit is ons dit bezit bestreden. In 1878 trok Rusland voordeel uit zijn overwinningen door ons deze districten af te nemen, daar wij de zware oorlogsschatting niet konden betalen. Natuurlijk heeft men hunne bevolking nooit naar hunne goedkeuring gevraagd.

Geographisch behoort dit gebied aan Azië, ethnographisch bestaat het grootste deel zijner bevolking uit Mohammedanen, Turken, Lascaniërs en Koerden. De minderheid, Georgiërs en Armeniërs, bestaan uit Christenen.

Het spreekt van zelf, dat de Vierbond den roof van 1878 niet kon goedkeuren. Hoe ook het toekomstig lot van deze drie districten moge zijn, en of zij onafhankelijk worden en zelfbestuur krijgen dan wel weder aan Turkije komen, in ieder geval is het onbehoorlijk, in dit feit een voorwendsel te zoeken voor de alarmkreten in een deel van de neutrale pers over het lot der Armeniërs en Georgiërs. De geschiedenis bewijst immers, dat de Turken den Armeniërs nooit iets hebben afgenomen, maar hen integendeel liefderijk in bescherming hebben genomen (!!) als zij in verdrukking geraakten. – (Wolffbureau)

Colofon