De Standaard, 5 september 1881
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Buitenland

Amsterdam, 3 Sept.

We merkten onlangs, sprekend over het Oosten, op, dat nu twee der Oostenrijksche vraagstukken zoo goed als uitgemaakt zijn, het derde, 't Armenische, op den voorgrond treedt. Men weet ook, dat Engeland bepaald het voornemen heeft de oplossing er van te blijven eischen.

Art. 61 van het Berlijnsch verdrag legt aan de Porte de verplichting op, een hervorming van bestuur in Armenië in te voeren, en dat volk te beschermen tegen de Circassiërs en de Kurden. De Porte is gehouden "op geregelde tijden aan de mogendheden kennis te geven van de maatregelen, tot dit doel genomen," en de mogendheden hebben het recht "voor de toepassing der maatregelen te waken."

Nu is tot heden toe echter geen enkele hervorming ingevoerd. Het ongelukkig Armenië zucht onder het ellendig Turksch beheer, de geweldenarijen der Circassiërs en de rooftochten der gewapende Kurden.

Herhaaldelijk hebben de Armeniërs hierover luid geklaagd. Thans is er kans voor hen te ervaren, dat de aanhouder wint. De Times meldt, hoe door de mogendheden is besloten gezamenlijk op de uitvoering van art. 61 aan te dringen. De eerste stap zal zijn gemeenschappelijk aan de Porte een antwoord te vragen op de laatste nota der vereenigde mogendheden, een stuk, dat reeds vóór maanden werd verzonden, en waarop nog steeds geen bescheid kwam.

Engeland is bij het doen van dezen stap weder de eerste. 't is ook gewis aan den Engelschen gezant te Konstantinopel te danken, dat, gelijk men weet, de mutessarif van Bayazid, in Armenië is afgezet. 't Slechte bestuur van den man had tot tallooze klachten aanleiding gegeven.

Colofon