De Standaard, 25 april 1888
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Buitenlandsch Overzicht

De toestand in het Oosten blijft onbevredigend.

Men weet wat kwade teekenen zich voordeden. Thans heerscht plotseling om de meeste Balkan-Staten een stilte, die aanleiding kan zijn tot allerlei verrassingen, ook min gewenschte. Wat echter wel blijkt is, dat de geldelijke moeilijkheden der Porte steeds toenemen. Haar onderhandelingen met de Banque ottomane over een leening van 2½ millioen p. st. zijn nagenoeg afgeloopen. Het geld schijnt voornamelijk noodig voor nieuwe oorlogstoerustingen. De Bank zou een half millioen inhouden tot dekking harer vroegere voorschotten, en als waarborg biedt de Porte de opbrengst der invoerrechten van de gewesten Smirna, Salonika, Beyruth, Brussa en Adrianopel, en zoo noodig ook van Konstantinopel.

Bij deze twee niet opwekkende zaken komt, dat ook omtrent Armenië – een ouden bekende – weder moeilijkheden rijzen. Engeland heeft de aandacht der Porte gevestigd op het niet nakomen van het tractaat van Berlijn ter zake van Armenië, waar een aantal personen, onder voorwendsel van samenzweerders te zijn, deels gevangen gehouden worden, deels zonder geding verbannen. De Porte heeft van den Armenischen patriarch geëischt, de handelingen van het Armenische comité te Londen af te keuren, en zijn tevredenheid met het lot zijner landgenooten uit te spreken, wat de patriarch echter geweigerd heeft. Denkelijk heeft hij daar reden voor.

De machtiging door den Sultan tot uitgifte der nieuwe Egyptische leening wordt in de eerstvolgende dagen tegemoet gezien.

Colofon