De Standaard, 17 april 1879
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Christenen en Turken

Hoe het met de aangekondigde "hervormingen" in Klein-Azië thans staat, beoordeele de lezer uit wat onlangs voorviel in de Armenische stad Zeitoen, in 't gebergte Taurus.

De Turksche gouverneur der stad hield zijn knecht (een Christen) verdacht van diefstal. Toen de man ontkende werd hij bij de beenen in den stal opgehangen, en daar hij ook nu bleef ontkennen, werd de gouverneur zoo woedend, dat hij zijn zwaard trok en den ongelukkige 't hoofd afhiew.

Hierover werd de Christelijke bevolking woedend. Zij stond op, bond den gouverneur in zijn huis, en eischte van den hoogeren gouverneur van Marash gerechtigheid. Een commissie van onderzoek kwam en vond den regent schuldig aan moord. De moordenaar wist echter raad; het geld dat stom is maakt recht wat krom is, en de rechtbank te Marash sprak hem vrij. Twee zijner bedienden werden in zijn plaats ter dood veroordeeld, maar toen de zaak gesust was, vrijgelaten.

Dit maakte de Christenen grimmig. Zij staken de groote moskee van Zeitoen in brand, en de gouverneur, een storm ziende opsteken, vlood naar Marash en berichtte dat te Zeitoen oproer heerschte. 3 bataillons Turksche voetknechten rukten op, 100 Christenen, door den gouverneur beschuldigd, werden gegrepen, en nog 100 op staanden voet gebannen. 80 Christenen waren naar 't gebergte gevloden, onder deze 9 opperhoofden, die bij verstek werden ter dood veroordeeld. Hun huisgezinnen werden als gijzelaars naar Aleppo gezonden; een vrouw stierf onderweg, denkelijk niet wegens goede behandeling.

Daar kwam opeens een bericht in de legerplaats der Turksche troepen, dat een Christen-bisschop zich had geplaatst aan 't hoofd van een opstand der Christenen tegen de Turken. Een bataillon trok op verkenning uit, en ontmoette een troepje van 40 mannen, die slechts enkele oude geweren bij zich hadden, onder geleide van den bisschop. Deze lieden gingen hun beklag inbrengen over Turksche soldaten, die Christelijke vrouwen mishandeld hadden.

Zoodra de dappere Turken het troepje "opstandelingen" zagen, begonnen zij te schieten, en doodden zeventien menschen. Toen stormden zjj op de anderen los, namen den bisschop gevangen, rukten hem de kleeren van 't lijf en brachten hem zoo in 't kamp. Daar deden hem de soldaten alle mogelijke beleedigingen aan, en ten slotte werd hij als een Russisch revolutionair agent (!) naar Konstantinopel gezonden, met een officieel stuk er bij ten bewijze. Dit stuk, door wie weet welken dwaas opgesteld, bevat een oproeping aan de Christenen tot verzet; het is niet geteekend en spreekt geen woord van Rusland. Nu werden de Christenen ontwapend en trokken de troepen terug.

Ongelukkig bleven 100 man ongeregelde troepen achter, die hun naam eer aandeden. Zij meenden namelijk dat zij, naar Turksch gebruik, daar waren om te plunderen. Bijgevolg beroofden zij de ongewapende bevolking en schoten neer wat weerstond. De 80 Christenen in 't gebergte besloten, dit hoorende, leer om leer te doen. Voor elken vermoorden Armeniër schoten zij een Muzelman dood.

Nu zaten er 14 der voornaamste inwoners van Zeitoen zwaar geketend aldaar gevangen. De Britsche consul te Aleppo, Mr. Henderson, besloot voor hen op te komen. De reis naar 't gebergte was hoogst moeielijk. Het sneeuwde zoo sterk, dat 5 politiedienaars met hun paarden omkwamen. Eindelijk kwam de consul aan. Wat hij bewerken kon was, dit de abt van Zeitoen die gevangen zat, vrijgelaten, en zoo een opstand der Christenen voorkomen werd. Ook verhinderde hij den gouverneur generaal een nieuwe vervolging te beginnen.

Wat de 14 gevangenen betreft, toen zij niet vrijgelaten werden, kwamen de 80 mannen uit het gebergte, braken de gevangenis open en bevrijdden hun vrienden. Om nu verder geen last van Turksche "overheden" te hebben, is door de Christenen een eigenaardig middel te baat genomen. Zij hebben namelijk de brug over den Jihon (den Pyramus der ouden) afgebroken. Deze rivier is te diep om doorwaad te worden, en het nieuwe middel is dus even schrander uitgedacht als practisch.

Colofon