De Standaard, 11 juli 1899
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Amsterdamsche politie

De Amsterdamsche politie is zoo verstandig geweest, zich met de Conférence van den heer Tschéraz ganschelijk niet in te laten.

Wel was de commissaris Versteeg onder de opgekomenen, maar deze verscheen blijkbaar alleen als belanghebbend toehoorder.

Uit Den Haag had men blijkbaar geen orders tot inmenging van de politie durven geven.

Er is den heer Tschéraz dan ook zelfs naar geen paspoort gevraagd.

Niemand heeft hem op eenigerlei wijze gemoeid.

Zoo ziet men, hoe veel beter de zaken van het land loopen zouden, zoo de Regeering niet in een weelde-stad als Den Haag, maar in een stad van actie als Amsterdam gevestigd ware.

Juist de Haagsche geest, die op de bureaux zoo sterk inwerkt, is een der bedenkelijkste oorzaken van het kwaad, dat telkens in Regeeringskringen openbaar wordt.

De vestiging van het permanente Hof van Arbitrage in Den Haag, zal den exotischen invloed die het nationale leven in de Residentie onderdrukt, nog versterken.

Colofon