Schager Courant, 12 mei 1909
Bron: Regionaal Archief Alkmaar

Turksche moordpartijen

Berichten uit Adana, die gaan tot Mei, schilderen den toestand als ongunstig en bevestigen dat zich hier en daar ook de troepen aan moord en roof hebben schuldig gemaakt. Meer dan vijftien duizend Armeniërs, van wie drie honderd gewond zijn, hebben een toevlucht gezocht in Duitsche en Grieksche fabrieken. Er heerscht gebrek aan voedingsmiddelen, en men vreest voor het uitbreken van besmettelijke ziekten. Nog altijd wordt er geplunderd en gemoord. Hoewel hier en daar ook eigendommen van Europeanen beschadigd zijn, zijn het toch over 't geheel de Armeniërs die het ontgelden moeten. De Europeanen worden ontzien.

Een Fransch zeeofficier, die den toestand ter plaatse opnam, schrijft daarover aan de Figaro: In de infirmerie liggen de gewonden. Een oude moeder wordt er verpleegd, die door sabelhouwen op de vreeselijkste wijze was verwond, nadat men haar dochter voor haar oogen had gedood, na het meisje eerst de gruwelijkste mishandelingen te hebben doen ondergaan.

De oude vrouw wordt juist verbonden. De woestelingen hebben haar aan het hoofd gekwetst, een voet afgehakt en een arm. De stumperd is krankzinnig. Zij mompelt bijna onverstaanbaar voor zich heen: Onmogelijk, onmogelijk..!

Zoo gaat dit treurig verhaal voort. Het is ijslijk. Een gruwelijke bijzonderheid nog: Een drieduizendtal vermoorden, neergeschoten, werden in de rivier geworpen. De officier zag ze drijven die lijken, onherkenbaar verminkt. Een lijkje van een kind van een jaar of vijf, een man, het lichaam met sabels van de keel tot aan den buik opengereten, armen en beenen afgekapt. Beestachtig, en angstwekkend, die grenzenlooze fanatieke wreedheid.

Colofon