Rotterdamsch Nieuwsblad, 7 juni 1895
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Buitenland

De Oostersche quaestie is de wereld nog niet uit, blijft zelfs een voortdurende bedreiging voor den vrede van Europa, doch is ongetwijfeld in een nieuwe phase getreden. Terwijl namelijk vroeger de direct of indirect bij de zaken in 't Oosten betrokken mogendheden elk voor zich bij den Zieken Man te Konstantinopel aanklopten om haar bezwaren en grieven kenbaar te maken en een gunstige beschikking te erlangen op de eischen, treedt men nu gezamenlijk op, onderzoekt eerst goed de quaestie, waarover 't loopt en formuleert daarna zijn eischen, die natuurlijk minder uitsluitend zijn berekend op de particuliere voordeelen en belangen van dezen of genen en meer direct 't algemeen belang dienen. Op grond van artikel 61 van het Tractaat van Berlijn, is Turkije verplicht hervormingen in te voeren en door het in den laatsten tijd in Armenië voorgevallene is duidelijk en klaar gebleken, dat sultan Abdul Hamid er den tijd van neemt, al te zeer rekenend wellicht op den onderlingen naijver der groote mogendheden van Europa. Dat is nu een misrekening, wel is Europa langen tijd te toegevend, te zwak geweest, doch ten aanzien van Armenië is de meening onverdeeld, van de zich neutraal houdenden zoowel als van de protesteerenden: er moeten maatregelen worden genomen van afdoenden aard.

De mogendheden Frankrijk, Rusland en Engeland zijn door haar gezanten te Konstantinopel in 't bezit gekomen van des sultans antwoord op de geformuleerde eischen met betrekking tot de hervormingen in Armenië en – dat antwoord moge dan al niet beslist ongunstig luiden, 't is toch zeker evenmin een onvoorwaardelijke inwilliging van 't geen die rijken noodig en nuttig achten. De sultan bestrijdt zelfs in principe het recht van de mogendheden om controle uit te oefenen, weigert een commissaris te benoemen en komt in hoofdzaak op tegen de benoeming van een gemengde commissie.

Dat is vrij ernstig, zulk een optreden van den "Zieken Man" kan niet geduld worden: men wil de onderhandelingen tusschen de mogendheden en den sultan eenvoudig beschouwen als mislukt en dus is gekomen het oogenblik van handelen. In den nacht van Zondag op Maandag is ontvangen door de gezanten van Engeland, Rusland en Frankrijk, des sultans antwoord op het hervormingsplan, in den loop van den dag (Maandag) vond plaats een conferentie tusschen de drie gezanten en voor zijn persoon en namens zijn regeering heeft Cambon (de Engelsche ambassadeur) de Turksche regeering kennis gegeven, dat in geen geval eenige wijziging zal worden aangenomen en dat het hervormingsplan het minimum is. Zelfs zouden reeds Fransche en Engelsche schepen op weg zijn naar Konstantinopel tot het houden van een demonstratie.

Colofon