Rotterdamsch Nieuwsblad, 3 januari 1917
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Turksch wanbeheer

PARIJS, 2 Jan. (Havas). De Temps vestigt in haar studie over de waarde van de Duitsche verklaringen inzake de achting van Duitschland voor de kleine volken, op de toepassing van dezelfde methoden, die men in Armenië aanwendde, in Syrië.

De Neue Züricher Ztg., zegt de Temps, vatte den toestand op 12 November als volgt samen: Daar is geen enkel middel, dat den ondergang van dit ongelukkige land zal verhoeden. Aan welke mogendheid Syrië moge vervallen, geen enkele maatregel zal het meer kunnen opheffen. En toch heerscht er geen hongersnood in Syrië. De oogst in 1916 was volgens het regeeringsblad zelfs te Beyrouth buitengewoon goed.

Een Amerikaan verklaarde in een enkele straat te Damastoch 80 lijken van vrouwen gezien te hebben, die van honger gesterven waren. De hongersnood zet de regeering heel eenvoudig in elkaar. Ze verklaart alle voedingsmiddelen tot monopolie. Wie buiten haar om – en aan de Christenen weigert ze stelselmatig iets te verkoopen – wie er in slaagt iets te verkrijgen, wordt dadelijk ter dood gebracht. Syrië wordt langzamerhand ontvolkt. In het gebied van de Libanon alleen zijn er volgens het getuigenis van een Turksch officier van gezondheid reeds 120.000 dooden. Het officieele blad te Beyrouth neemt acte van het resultaat van den door de regeering georganiseerde emigratiedienst, die ten doel heeft een nieuwe bevolking naar het land te zenden. Het program der Jong-Turken wordt letterlijk uitgevoerd.

Ons belang, zoo schreef de Tanin, dwingt ons geweld te gebruiken.

Volgens uitlatingen van Turken in Armenië zijn dit de Duitsche lessen. Hetzelfde geldt voor Syrië. Na de eerste terechtstellingen zeide Djemal pasja: De Duitschers hebben het gewild. Eenige weken daarna scheen Djemal pasja's vervolgingsijver te verflauwen. Wie werd er toen gezonden om hem aan te sporen? Baron Max Oppenheimer. Oppenheimer vestigt zich te Damascus en de moorden worden weer met even veel kracht voortgezet.

Onze verhouding tot Turkije is niet sentimenteelen aard, verklaard prins Von Bulow. Wat dat beteekent kwam uit in de rede van den afgevaardigde Heilbronn in den Rijksdag. die voor de van Turkije afhankelijke volkeren menschenrechten vroeg, rechten gegrondvest op menschelijkheid en beschaving maar evenmin als de volkeren der oudheid en de Romeinen kan het Turksche keizerrijk een vrij Christelijk volk toestaan te leven temidden zijner onderdanen. Het gevolg is uitmoording.

De Temps besluit: Ziedaar het credo van het Duitsche rijk. De vernietiging der kleine volken is noodig, zeide Von Jagow reeds tot Jules Canbon. Deze vernietiging past men in België toe door de deportaties, in Servië door executies, in Armenië door moorden, in Syrië door hongersnood. Tot alle neutralen in de wereld zeggen wij: ziet en oordeelt

Colofon