Rotterdamsch Nieuwsblad, 13 juli 1915
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Turken en Armeniërs

CONSTANTINOPEL, 12 Juli. (Wolff). In een artikel, dat in de Gazette de Laussanne gestaan heeft, wordt beweerd dat de Osmaansche regeering uitspattingen tegen de in Turkije wonende Armeniërs in bescherming heeft genomen. In hetzelfde artikel wordt gezegd, dat er aan den oorlog 50 duizend Armeniërs deelnemen.

Naar aanleiding daarvan zegt het agentschap Milli: Wij meenen, dat het geen doel heeft, zulken onzin tegen te spreken. Intusschen vragen wij ons af, hoe de vijandige bladen de handelwijze hunner landslieden zouden noemen, wanneer dezen in het leger van den vijand overgingen en de in het vaderland achtergebleven broeders bestreden.

Dit is het geval met deze Armeniërs, die als helden en martelaren gevierd worden, terwijl zijzelf de oorzaak en de middelen zijn voor de gruweldaden, die door hen en hun geloofsgenooten worden bedreven op de Muzelmansche bevolking in onze oostelijke provincies. De Osmaansche regeering gaat met groote voorzichtigheid te werk, om iederen schuldige volgens de wet te straffen, terwijl zij welwillend alle in Turkije vreedzaam wonende Christenen beschermt, van wie een groot aantal dapper in het Turksche leger strijdt.

Colofon