Het Nieuws van den Dag, 7 december 1895
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Buitenlandsch Nieuws

Uit Odessa komt bericht, dat de transportschepen Orel en Saratoff last ontvingen troepen van Sebastopol en Odessa naar Batum over te brengen, om de Russische troepenmacht langs de Turksche grens te versterken. De Orel brengt 13,545, de Saratoff 6019 manschappen over. Hoogstwaarschijnlijk staan deze maatregelen in verband met de jongste, door Turksche troepen in Armenië gepleegde gruwelen, waaromtrent hieronder nadere bijzonderheden worden medegedeeld. Ruim dertig dorpen moeten bij deze schanddaden geplunderd en verwoest zijn.

De Senaat der Vereenigde Staten heeft eene resolutie aangenomen, waarin aan de Regeering inlichtingen gevraagd worden over de Armenische gruwelen, terwijl nog een andere motie werd voorgesteld, inhoudende, dat de Regeering wegens het gebeurde bij de Porte moest protesteeren.

De eerste berichten over het vermoorden van Armeniërs in Aziatisch Turkije werden als eenigszins overdreven beschouwd. Ze worden echter geheel bevestigd door een onafhankelijk onderzoek, dat de Londensche Times liet instellen, en, het verdient er te worden bijgevoegd, niet door Armenische patriotten. De volgende feiten schijnen vast te staan:

De Armenische landlieden van het Sasoen-district zijn grootendeels feitelijk lijfeigenen van de plaatselijke Kurdische Beys, en worden door deze Beys beschermd zoowel tegen de invallen van Kurdische roovers als tegen de afpersingen van Turksche ambtenaren. Daarentegen betalen zij hunne beschermers in graan en arbeid, en zij betalen natuurlijk niet gaarne nóg meer belasting aan de Turksche ambtenaren, die geenerlei bescherming verstrekken.

Eenigen tijd geleden weigerden zij, naar het schijnt, deze belasting te betalen, en in deze weigering werden zij door hunne plaatselijke beschermers gesteund. Daarop trachtten de Turksche ambtenaren hen tot betaling te dwingen, maar de ongeregelde troepen, die voor dit doel gezonden werden, werden door de vereenigde Armeniërs en Kurden teruggedreven. Zoodra dit aan de Turksche autoriteiten bekend werd trachtten eenigen zich gunst te verwerven bij den Sultan, door de zaak te behandelen als een ernstigen Armenischen opstand en de hulp van een flinke geregelde troepenmacht te vragen. De Turksche Regeering schijnt geloofd te hebben, dat de geheime politieke agitatie, die sedert eenigen tijd onder de Armeniërs heerscht, eindelijk een ernstigen opstand had gebaard, en dat het noodig was dezen dadelijk krachtig te onderdrukken. Diensvolgens kreeg Zekki Pacha, die aan het hoofd der troepen in Erzinghian staat, last, om met een voldoend aantal soldaten naar Sasoen te gaan en de rustverstoring te onderdrukken. In welke termen deze orders gegeven werden, zal wellicht nimmer algemeen bekend worden. Maar hoe ze ook mogen geweest zijn, de Pacha las ze blijkbaar in dien zin, dat hij hen, die zich tegen de autoriteit der plaatselijke ambtenaren verzet hadden, letterlijk moest vernietigen. Hij voldeed aan wat hij de wenschen zijner superieuren geloofde met eene barbaarschheid, zoowel tegen mannen als vrouwen, die de afkeuring der beschaafde wereld verdient. De Turksche soldaten aarzelden zulke woede bevelen tegen weerlooze vrouwen en mannen, die geen tegenstand boden, uit te voeren, en gehoorzaamden eerst, toen zij met straf voor ongehoorzaamheid bedreigd werden. Het protest van den burgerlijken gouverneur van het district mocht niet baten.

Alle feiten zijn thans door den Britschen ambassadeur te Konstantinopel ter kennis van den Sultan gebracht, en de Britsche Minister van Buitenlandsche Zaken heeft deswege ernstige vertoogen tot de Porte gericht. De Sultan heeft wel eene commissie van onderzoek uitgezonden, maar deze bestaat alleen uit Turken en boezemt weinig vertrouwen in. Z.M. schijnt echter nu geneigd ook een onafhankelijk element te willen toelaten.

Het zijn gevaarlijke toestanden daar, dat staat vast, die dringend afdoende verandering vereischen. Men zie trouwens wat hierboven aangaande Russische maatregelen gemeld is.

Colofon