Nieuwe Tilburgsche Courant, 2 april 1896
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Voor de vervolgde Armeniërs

Katholieke landgenooten,

Op Goeden Vrijdag a. s. zal in alle parochiekerken van Nederland de gewone jaarlijksche collecte gehouden worden voor het H. Land.

Verwonderen zal het u niet, zoo wij thans uwe aandacht vestigen op de groote behoeften en den hoogen nood, ontstaan door de wandaden van het Muzelmansch fanatisme.

De gepleegde gruwelen zijn u bekend. Het martelaarsbloed heeft gestroomd. Een onzer medebroeders, zoon van de custodie, had met elf der aan zijne zorgen toevertrouwde Christenen het gelijk door getuigenis van het geloof af te leggen. Een ander stierf van uitputting en vermoeienis. En thans... Hooren wij wat een onzer paters missionnarissen ons dezer dagen schreef: "De rust is, zegt men, hersteld. Nu, op een kerkhof is zoo iets nog al gemakkelijk! Er zal door ons veel moeten gewerkt worden om te herstellen wat vernield is. De ellende is ondenkbaar; duizenden smeeken om een bete broods.

Zou, bij het kennen van dien toestand, aansporen tot milddadigheid nog noodig wezen? Ons dunkt van neen; en daarom eindigen wjj met de woorden van den Eerw. pater missionaris: "Wij vertrouwen, dat ook thans de Voorzienigheid ons te hulp zal komen."

A. W. Schoonbeek,
Minderbroeder, Commissaris v.h. H. Land voor Nederland.

's Gravenhage, Palmzondag 1896

Colofon