Nieuwe Rotterdamsche Courant, 8 mei 1928
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De vestiging van Armeensche vluchtelingen

In Syrië en den Libanon.

GENEVE, 7 mei, (Part.) Het internationaal arbeidsbureau maakt bekend, dat een begin is gemaakt met de practische uitvoering van het plan tot vestiging van Armeensche vluchtelingen in Syrië en den Libanon. Het plan omvat de vestiging van 40,000 vluchtelingen bestaande uit 12,000 handswerklieden en 28,000 landbouwers. De handwerkslieden worden zooveel mogelijk in gezonde woningen in steden geïnstalleerd, waar hun de mogelijkheid wordt geboden hun bedrijf uit te oefenen. De landbouwers worden overgebracht naar dorpen in Noord-Syrië. Op deze wijze is thans een geheel district bezig een Armeensche kolonie te worden, die in haar eigen onderhoud voorziet. Het spreekt van zelf, dat hierbij gezorgd wordt voor nauw contact met de autoriteiten van het mandaat-gebied, waartoe de commissie voor vestiging van vluchtelingen in Beyroet als tusschenpersoon fungeert. In deze commissie hebben vertegenwoordigers van den hoogen commissaris van den mandataris en vertegenwoordigers van locale autoriteiten en afgevaardigden van het internationaal arbeidsbureau en van den hooge commissaris van den Volkenbond voor vluchtelingen en van het internationale Roode Kruis zitting. In de landbouwdistricten zijn de dorpen zoodanig georganiseerd, dat het bestuur wordt uitgeoefend door een commissie, bestaande uit den mudir en drie dorpsbewoners. Zij zijn belast met het bewaren van de orde, de contrôle over de geldleeningen alsmede met het incasseeren van vorderingen. Zij staan direct onder een Armeenschen chef, die daartoe speciaal door de vestigingscommissie is benoemd. Een aanvang is thans gemaakt met het vestigen van 7000 vluchtelingen, waarvoor een bedrag van 10 pond sterling per man is gemoeid. De beschikbare gelden laten voorshands niet toe, dat alle vluchtelingen aan een bestaan worden geholpen. In totaal is 40,000 pond beschikbaar, terwijl de uitvoering van het geheele plan een bedrag van 120,000 vereischt. Die 40,000 pond zijn verkregen uit bedragen van de regeering van den Libanon en verschillende vereeningingen, die zich het lot van de Armeensche vluchtelingen hebben aangetrokken.

De vestigingsautoriteiten koesteren de hoop, dat meer gelden beschikbaar zullen worden gesteld. Alle kapitalen, die met de vestiging gemoeid zijn zullen t.z.t. terugbetaald moeten worden.

Colofon