Nieuwe Rotterdamsche Courant, 7 februari 1916
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Een Russische lezing van de Armeensche gruwelen

ST. PETERSBURG, 6 Februari. (St. Pet. Tel. Ag.) De te St. Petersburg verschijnende Beurs-courant schrijft over de Armeensche gruwelen het volgende: ofschoon de Duitschers met kracht ontkennen, dat zij deel hebben aan de gruwelen in Turksch Armenië, zijn wij in het bezit van onwraakbare getuigenissen, waaruit blijkt dat Duitschland, om zijn economische belangen te dienen, krachtige medewerking heeft verleend tot de uitroeiing van het ongelukkige Armeensche volk, wijl het (Duitschland) dat volk beschouwde als een beletsel ter verovering langs vredelievenden weg van de Turksche markten voor de Duitsche industrie.

De zaak is, dat sinds een jaar of twintig bijna driekwart van den Turksche invoer en uitvoer in handen waren van belangrijke Armeensche handelshuizen, die uitsluitend zaken deden met Engeland, Frankrijk en Rusland. Ook voerden deze handelshuizen niet enkel belangrijke orders uit voor de Turksche regeering, doch ook verleenden zij dikwijls aan die regeering aanzienlijken financieelen steun. Onder deze omstandigheden moesten de Duitsche kooplieden en industrieelen bij hun pogingen om die markten te veroveren natuurlijk de medewerking zien te verkrijgen van de bovengenoemde Armeensche handelshuizen.

De Turken, echter, gewend aan de dure, doch goede Fransche en Engelsche waren, weigerden hardnekkig te koopen van de Duitsche reizigers. Dientengevolge moesten de Armeensche handelshuizen, die enorme partijen goederen uit Duitschland hadden laten komen, wel aanzienlijke verliezen lijden en zagen zij zich, goedschiks of kwaadschiks, genoodzaakt hun pogingen om de Duitsche waren erin te krijgen, te staken. De daardoor tot wanhoop gebrachte Duitsche handelsreizigers verbreidden nu het onware gerucht, dat de Armeniërs met alle mogelijke middelen het slagen van den Duitschen handel in Turkije belemmerden. Deze geruchten werden door de Duitsche consulaire ambtenaren of, veeleer, Duitsche consulaire spionnen bevestigd in hun officieel rapporten bevestigd.

Daarop opende de Duitsche pers een verwoeden veldslag tegen de armeniërs, die van alles en nog wat werden beschuldigd. Het is onder deze omstandigheden wel te begrijpen dat de uiroeiingspolitiek, tegen de Armeniërs ingevoerd door Abdoel Hamid, de Duitsche diplomatie toelachte. Zij besloot die politiek toe te passen, daar zij er het eenige middel in zag, om aan den Duitschen handel en de Duitsche industrie de economische verovering van het Turksche rijk te verzekeren.

Werkelijk nam Duitschland sinds 1894 een vijandige houding aan tegen de Armeniërs, welke houding het overigens op huichelachtige wijze trachtte te verbloemen door het houden van eenige quasi-pro-Armeensche vergaderingen, die op handige wijze in Berlijn en andere steden van Duitschland werden geënsceneerd. Tezelfdertijd stuurde Abdoel Hamid met machtiging van Duitschland een ambtenaar, Bellin, met een speciale opdracht naar Duitschland, waar deze in samenwerking met de Duitsche politie een streng toezicht moest uitoefenen op de Armeniërs, die in dat land vertoefden. Tegelijkertijd verleende de Sultan enorme subsidies aan een aantal Duitsche bladen, wien dezelfde taak was opgedragen.

De archieven te Konstantinopel bevatten talrijke officieele rapporten, die de onderteekening dragen van Duitsche politie-autoriteiten, welke rapporten niet enkel betrekking hebben op de Armeniërs in Duitschland, maar ook op die in Zwitserland en België, in welk land kolonel Raiff bei te Brussel aan het hoofd stond van een speciaal inlichtingenbureau. Bovendien stelde de Duitsche regeering, in samenwerking met de Turksche gezanten in verscheidenen Europeesche hoofdsteden een "zwarte lijst" op van verdachte Armeniërs, die – zodra zij Duitschland verlieten, aan allerlei overlast blootstonden.

Nog verder gaande, om Abdoel Hamid te pleizieren, droeg Duitschland aan zijn gezanten in Rusland, Frankrijk en Duitschland op, de Armeensche beweging in die landen te bestuderen en na te gaan, welke houding de regeering, bij welke zij geaccrediteerd waren, tegenover dat volk aannam. Trouw gevolg gevende aan die opdracht, stuurden ten slotte de Duitsche diplomaten rijke vruchten van dat spionage- systeem aan Abdoel Hamid. Voor het overige deden de Duitsche consuls in Turkije van hun kant hun best. Ook zij verklikten aan Abdoel Hamid al wat zij omtrent de Armeensche onderdanen van den Sultan te weten kwamen, o.a. door partij te trekken van allerlei soort individuen van verdacht allooi.

Op een lijst die in het bezit geraakte van de Jong-Turken en die thans in het bezit is van het Comité voor Vereeniging en Voortuitgang, komen de namen voor van al die trouwe dienaren, die met Duitsch geld waren gekocht. Om te beginnen vermeldt de lijst den naam van Weiss, den correspondent van de Frankf. Ztg., die in 1905 ten tijde van den aanslag op Abdoel Hamid de eerste was, die in een telegram het vermoeden te kennen gaf, dat die aanslag het werk was van de Armeniërs, terwijl de lijst eindigt met namen van hotel-portiers en waardinnen van huizen van ontucht. De Jong-turken zelf hebben toegegeven, dat Duitsche agenten deel hebben gehad aan de voorbereiding van de moorden op de Armeniërs ten tijde van de reactie onder Abdoel Hamid.

Poiadjiano, een Armeensch volksvertegenwoordiger van Rodosto, die uitgezonden was om een onderzoek in te stellen naar de oorzaak van de moorden, maakt openlijke gewag van de bloedige rol, die Duitsche agenten daarbij zouden hebben gespeeld. Hij bracht het feit aan het licht, dat officieele Duitsche persoonlijkheden de deur van hun woning lieten sluiten, teneinde te beletten, dat Armeensche vrouwen en kinderen zich zouden redden voor de woede van het fanatieke Turksche gepeupel. Verscheidene documenten van dien aard zijn in het bezit van de Turksche regeering; en ofschoon de Duitsche gezanten bij herhaling pogingen hebben gedaan om die stukken uit de handen der Turken los te krijgen, hebben laatstgenoemden ze naijverig bewaard, voorziende, dat zij er later nog wel eens nut van zullen kunnen trekken.

De hier meegedeelde feiten – schrijft de (st. Peterburgsche) Beurscourant – zijn slechts enkele uit de vele, die wij nog zouden kunnen vermelden, om te bewijzen, dat het ambtelijke Duitschland met het oog op zijn economische belangen heeft meegewerkt aan de uitroeiing van de ongelukkige Armeensche bevolking van Turkije.

Colofon