Nieuwe Rotterdamsche Courant, 7 oktober 1915
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Van Engelsche zijde

LONDEN, 6 October. (Reuter). Er zijn hedenavond gedurende de beraadslagingen in het hoogerhuis schokkende onthullingen gedaan over den vreeselijken aard en den omvang van de slachtingen onder de Armeniërs. Lord Cromer, die het debat opende, zeide, dat beweerd was, dat er 800,000 slachtoffers waren; dit achtte hij echter bijna ongelooflijk. Alhoewel er geen geloofwaardig bewijs was voor de rechtstreekse medeplichtigheid der Duitschers aan de slachtingen, stond toch de moreele verantwoordelijkheid van Duitschland wegens den invloed, dien het op het oogenblik te Konstantinopel uitoefende, vast. Cromer stelde voor, dat aan de feiten de grootst mogelijke publiciteit zou worden gegeven. De Turken hadden in het verleden van een regeering door moord een politiek stelsel gemaakt en ook al kon Engeland niets anders doen, zoo kon het hun optreden toch aan de beschaafde wereld bekend maken.

Minister Lord Crewe, die namens de regeering antwoordde, erkende, dat het wenschelijk was, dat de feiten, voor zoover zij officieel bevestigd waren, aan de wereld bekend zouden worden gemaakt. De Engelsche consulaire rapporten hadden allertreurigste toestanden aan het licht gebracht. In één district was de bevolking geheel uitgeroeid met uitzondering van weinigen, die waren ontvlucht. Het geheele land was totaal verwoest. Een groot aantal vluchtelingen was in de Kaukasische provincies aangekomen; door één enkel district trokken er 160,000. Hun toestand was verschrikkelijk; vele leden gebrek. Honderden stierven er iederen dag. Russische vrijwillige helpers deden hun uiterste best om den nood te lenigen, maar volgens een rapport zou waarschijnlijk de helft van de vluchtelingen sterven, als er niet meer hulp verleend zou worden.

Lord Crewe zeide voorts, dat de regeering geen officieele bevestiging van Duitschland's medeplichtigheid had ontvangen, maar de verklaring, dat de Duitsche consulaire vertegenwoordigers in Klein-Azië niet alleen toegezien, maar deze gruwelen zelfs aangemoedigd hadden, was afgelegd door Amerikaansche ooggetuigen, die in de gelegenheid waren geweest om zich een denkbeeld omtrent deze feiten te vormen, en met het oog op wat de Duitschers elders hadden gedaan, leek het niet zoo onwaarschijnlijk, dat zulks het geval was. Engeland had de Turkse regeering reeds medegedeeld, dat het haar aansprakelijk stelde en het was nutteloos den wenk te herhalen.

Lord Bryce, voorzitter van de commissie van onderzoek in zake de moorden op de Armeniërs, deed het parlement huiveren door het verhaal van sommige dier gruweldaden. Hij haalde o.a. een geval te Trebizonde aan, waar de geheele Armenische bevolking in booten naar zee gebracht en verdronken was. Het getal 800,000, dat genoemd werd als zijnde het aantal vermoorde Armeniërs en dat lord Cromer ongeloofelijk achtte, was zeer wel mogelijk. Bijna de geheele natie was uitgeroeid. De eenige manier om de overblijvenden te redden, zou daarin bestaan, dat de geheele wereld en vooral de onzijdige landen, hun meening uitspraken. Dit zou misschien enige invloed hebben op de Duitsche regeering en haar ertoe brengen de Turken erop te wijzen, dat zij te ver waren gegaan.

LONDEN, 6 October. (Reuter.) Met betrekking tot den uitroeiingsveldtocht tegen de Armeniërs verneemt Reuter's Agentschap, dat geen brieven uit Klein-Azië naar het westen mogen verzonden worden. Zelfs den Amerikaanschen consuls is het niet meer veroorloofd in geheimschrift naar hun gezantschap te Konstantinopel te telegrafeeren en het valt te betwijfelen, of de Amerikaansche zendelingen zich wel met de Turksche hoofdstad kunne in verbinding stellen. De lord-mayor van Londen heeft een fonds tot steun van de Armeniërs opgericht.

Colofon