Nieuwe Rotterdamsche Courant, 6 juni 1915
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Van Turksche zijde

Het Turksche gezantschap te 's-Gravenhage deelt het volgende mede: Het agentschap Havas heeft op 24 Mei het volgende bericht:

"Frankrijk, Groot-Britanje en Rusland zijn overeengekomen de volgende verklaring openbaar te maken: Sedert een maand ongeveer gaan de Koerdische en Turksche bevolking van Armenië in overleg met en vaak met steun van de Turksche autoriteiten over tot het vermoorden der Armeniërs. Dergelijke moorden hebben plaats gehad sinds half April te Erzoerem, Dertsjoen, Equine, Bitlis, Moetsji, Sassoen, Zeitoen en in geheel Cilicië. De bewoners van een hondertal dorpen uit de omstreken van Van zijn allen vermoord en de Armenische wijk wordt door de Koerden belegerd. Tezelfder tijd heeft te Konstantinopel de Turksche regeering gewoed tegen de onschuldige Armenische bevolking. Tegenover deze nieuwe misdrijven van Turkije tegen de menschelijkheid en de beschaving doen de verbonden regeeringen openlijk aan de Verheven Porte weten, dat zij voor deze misdaden alle leden der turksche regeering, zoomede diegenen van haar agenten, die in degelijke moorden mochten zijn betrokken, persoonlijk aansprakelijk zullen stellen."

De keizerlijke Ottomaansche regeering stelt tegenover de verzekeringen en beweringen, in de hierboven, vermelde verklaring vervat, de meest besliste tegenspraak. Het is volkomen onwaar, dat er moorden van Armeniërs in het rijk zijn voorgekomen. De volgende ophelderingen worden gegeven, om de feiten in het juiste licht te stellen.

De Armeniërs van Erzoerem, Dertsjoen (Terdjau), Equine, Sassoen, Bitlis, Moetsji en van Cilicië zijn aan geen enkelen maatregel onderworpen van den kant der keizerlijke autoriteiten, aangezien zij geen daad hebben bedreven, waardoor de openbare orde en veiligheid kon worden verstoord. Deze waarheid is overigens bekend aan de consuls der onzijdige mogendheden.

De beschuldigingen te dien aanzien van de regeeringen der Triple Entente zijn dus eenvoudig gelogen. Zij die op de hoogte zijn der Oostersche aangelegenheden, weten zeer goed dat het agenten zijn van de Triple Entente, in het bizonder die van Rusland en Engeland, welke van elke gelegenheid gebruik maken om de Armenische bevolking op te hitsen tot opstand tegen de keizerlijke regeering. Dit voortdurend gestook is nog sterker geworden sinds den aanvang der vijandelijkheden tusschen het Ottomaansche Rijk en de genoemde regeeringen.

Zoo hebben hun consuls en andere agenten in Bulgarije en in Roemenië benden jonge Turksche Armeniërs naar den Kaukasus gezonden langs den weg van Varna, Soelina, Constantza, enz. De Russische regeering is niet in gebreke gebleven, om deze jonge Turksche Armeniërs, hetzij in haar leger in te lijven, hetzij ze te laten binnendringen in de Armenische centra van het Turksche Rijk, na hun wapens en roebels te hebben verschaft en hen te hebben voorzien van revolutionaire proclamaties en programma's. Zij hadden tot taak in die centra een geheime revolutionaire organisatie te scheppen en de Armeniërs uit deze streken en in het bijzonder die uit Van, Chatak, Havassoen, Kevach en Timar er toe te brengen om gewapenderhand tegen de keizerlijke regeering op te staan. Zij zetten hen er tegelijkertijd toe aan de Turken en de Koerden te vermoorden. Het heeft zijn nut het volgende voorbeeld aan te halen.

Na de opening der vijandelijkheden tusschen het Ottomaansche rijk en Rusland trad de voormalige Turksche volksvertegenwoordiger Karakin Pasdirmagian, bekend onder den naam van Armen Garo, toe tot de bende, gevormd door de hoofden der Armenische comité's Fro en Hetsjo; hij trok de Turksche grens over aan het hoofd der Armenische vrijwilligers, die door Rusland waren gewapend in overleg met de beide zooeven genoemde hoofden. Bij de bezetting van Bajazet door de Russen verwoestte hij alle Mohammedaansche dorpen, welke hij op zijn weg ontmoette, en vermoordde hij de inwoners. Toen de Russen uit deze streken waren verjaagd werd hij gewond, en een zekere Swen, afgevaardigde van de Tachnaks van Erzoerem, werd aan zijn zijde gedood. Pasdirmagian bevindt zich op het oogenblik met zijn bende in actie op de grens van den Kaukasus.

Het blad Asbarez, het orgaan van de Tachnaks van Soutsioen, hetwelk in Amerika verschijnt, heeft zijn fotografie gepubliceerd, waarop men hem ziet, tezamen met Fro en Hetsjo, op het oogenblik waarop zij een godsdienstige plechtigheid van eedsaflegging vierden voordat zij ten oorlog vertrokken.

Deze separatistische beweging is weldra nog duidelijker geworden door het optreden van de Armeniërs (waartoe Foros Oghloe-Agkop behoort, op wien men papieren heeft gevonden, welke ontwijfelbaar het misdadige doel hetwelk hij nastreefde bewijzen), welke de Engelsche autoriteiten uit Cypres hebben laten komen en ontscheept hebben in de omstreken van Alexandrette. De aldus voorbereide agitatie heeft o.a. ten gevolge gehad, dat een treinontsporing werd veroorzaakt; anderzijds onderhielden de commandanten der Engelsch-Fransche scheepsmacht een briefwisseling met de Armeniërs uit de streek van Adana, Janmoer-Talik, Alexandrette en andere gehuchten van de kuststreek, en hitsten deze tot opstand aan. Wat in het bijzonder de Armeniërs van Zeitoen betreft, is daar ter plaatse de revolutionaire Armenische organisatie in werking getreden tengevolge van deze propaganda van de Engelsche-Fransche regeeringen. In Februari reeds omsingelden de Armeniërs van Zeitoen de residentie van de goeverneur.

Tegenover deze feiten had de keizerlijke regeering een gebiedenden plicht te vervullen, n.l. den opstand te onderdrukken en de openbare orde te handhaven. Het recht dat de keizerlijke regeering had om alle maatregelen welke vereischt worden ter onderdrukking van een dergelijke revolutionaire en separatistische beweging, vloeit onmiddelijk voort uit hare souvereiniteitsrechten, wat niemand haar zou kunnen betwisten. Overigens dragen deze maatregelen, zooals steeds in dergelijke gevallen, een bizonder karakter van urgentie en van gewicht met het oog op den oorlogstoestand. De keizerlijke regeering zag zich dus verplicht eenerzijds overtegaan tot militaire repressie, anderzijds de Armenische revolutionairen te arresteeren die in betrekking stonden tot de revolutionaire comité's in het buitenland en tot de agenten der mogendheden van de Triple Entente.

In strijd met de beweringen der drie voormelde regeeringen, heeft het repressieve optreden van de keizerlijke regeering plaats gehad zonder de minste medewerking van enigerlei element der bevolking. De huiszoekingen, ingesteld in de woningen der Armenische revolutionairen, leidde tot de ontdekking van revolutionaire vlaggen en van belangrijke stukken betreffende den opstand, dien zij op touw wilden zetten, zoomede omtrent de separatistische oogmerken van deze beweging.

Deze stukken bewezen bovendien, dat de revolutionaire comité's, welke op het oogenblik zetelen in Parijs, Londen en Tiflis, de feitelijke bescherming genieten van de Engelsche, Fransche en Russiche regeering. Bij de huiszoekingen, tezelfder tijd in de provincies verricht, werden bij de Armeniërs duizenden Russische bommen en geweren ontdekt. Deze gearresteerde Armeniërs werden natuurlijk ter beschikking gesteld van den bevoegden rechter, evenals die welke op aanstichting der Engelsche, Fransche en Russische agenten zich onttrokken hadden aan den militairen dienst en met dat doel de politiebeambten hebben aangevallen. De keizerlijke regeering is thans ook in het bezit van stukken welke bewijzen, dat de beweging waarom het gaat is voorbereid onder bescherming der Russische, Engelsche en Fransche regeering en dat het jongste revolurionaire Armenische congres, gehouden te Constaniza, besloten heeft om op het geschikte oogenblik handelend op te treden, hoezeer het ook in het openbaar het heeft willen doen voorkomen alsof het zou hebben afgezien van opstandige bewegingen.

De Verheven Porte zal te zijner tijd al deze stukken in bijzonderheden openbaar maken, ten einde de openbare meening voor te lichten.

Dank zij derhalve de maatregelen van openbare orde, door de keizerlijke regeering in de volheid van haar recht genomen, kon de revolutionaire beweging der Armeniërs worden onderdrukt, zonder dat eenige moord plaats had. Deze maatregelen waren overigens noodzakelijk gemaakt door de omstandigheden en vormen geenzins een beweging tegen de Armeniërs, aangezien op de 77,835 Armeniërs, die in Konstantinopel wonen, slechts 235 verdacht van medeplichtigheid aan de bedoelde revolutionaire beweging, zijn gearresteerd, terwijl alle anderen rustig zich met hun zaken bezighouden en de grootste veiligheid genieten. Indien sommige Armeniërs zijn moeten worden overgeplaatst, dan ligt dit hieraan, dat zij woonden in plaatsen, welke lagen binnen de oorlogs-zone, waar hun tegenwoordigheid om hetgeen voorafgaat rechtmatige ongerustheid inboezemde aan de keizerlijke regeering.

Uit het oogpunt der nationale verdediging beschouwt de Verhevene Porte het overigens als haar plicht, zoodanige maatregelenen te nemen als zij noodzakelijk oordeelt om de veiligheid van haar zee- en landgrenzen te verzekeren en meent zij, dat zij daarvan aan geen enkele vreemde regeering rekenschap behoeft te geven.

Is het niet paradoxaal om de Engelsche, Fransche en Russische regeering een beroep te hooren doen op de gevoelens van menschelijkheid, wanneer de commandanten de Engelsch-Fransche zeemacht bij de Dardanellen laten schieten op de ambulances en de hospitalen, terwijl harerzijds de Russische regeering door de Armeniërs duizenden vreedzame Muzelmannen laat vermoorden en de omstreken van Kars en Caisse onverbiddelijk van honger en dorst laat omkomen of door dezelfde Armeniërs met slagen van de kolf van het geweer de Turken, die gevangen zijn gemaakt in den Kaukasus, laat afmaken?

Het is niet in Turkije, maar wel in Rusland dat de consuls der oorlogvoerende staten de ergste behandeling hebben moeten ondergaan.

De Engelsche, Fransche en Russische regeeringspersonen hebben er zich niet mede vergenoegd aldus den opstand der Armeniërs voor te bereiden, zij hebben ook pogingen gedaan om evenzeer tegen de regeering van Z.M. den Sultan het Mohammedaansch element in opstand te brengen, teneinde hun doel te bereiken. Zij hebben zelfs het bedrijven van persoonlijke misdaden georganiseerd, waarvan de bewijzen in handen zijn gevallen van de Verhevene Porte. Deze niet te qualificeeren praktijken zijn niet waargenomen zelfs niet in de verst verwijderde tijden, die het meest bedoezeld waren met daden van wreedheid. De Engelsche, Fransche en Russische regeering, die tijdens opstanden en beroeringen in den Kaukasus, in Marroko, in Egypte, in Indië enz., deze hebben onderdrukt op de geweldadigste wijze en met volkomen onmenschelijke methoden, past het kwalijk om aan de Turksche regeering een verwijt te doen wegens de repressieve maatregelen, welke zij zich heeft genoodzaakt gezien te nemen om welke zij overigens met de grootste gematigdheid en billijkheid heeft toegepast.

Waar de Turksche regeering bij deze gelegenheid niets anders heeft gedaan dan den eenvoudigsten van haar soevereiniteitsplichten uit te oefenen, daar verdient de bewering, volgens welke de leden der keizerlijke regeering en de andere ambtenaren van het rijk verantwoordelijk zouden worden gesteld ter zake van de voornoemde maatregelen van repressie, geenerlei antwoord. Veeleer rust op de mogendheden van de triple entente de geheele verantwoordelijkheid voor de gebeurtenissen, waarover zijn meenen zich te moeten beklagen, aangezien het deze mogendheden zelve zijn, welke de revolutionaire beweging waarom het gaat, hebben georganiseerd en geleid, terwijl hun verklaring slechts een steun en een blijkbare aanmoediging uitmaakt van de Armenische agitatoren.

Colofon