Nieuwe Rotterdamsche Courant, 3 december 1929
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De Armeniërs in Zwitserland

In 't algemeen is men den Armeniërs niet zeer sympathiek gestemd, maar in Zwitserland zijn ze populair, d.w.z. iedereen weet iets van de Armeniërs. Deels uit een gevoel van overeenkomst met het Armeensche volk, deels ook uit medelijden, is de Zwitser den Armeniër zeer welgezind. Het Armenische volk bestond nl. evenals het Zwitsersche uit 3 millioen zielen, het had de ruim 3000 jaar oude beschaving van een nijvere bergbevolking.

Toen in 1896 tallooze Armeniërs door de Turken waren vermoord, heeft Lord Gladstone in
West-Europa een hulpactie georganiseerd. Overal werden comité's opgericht, die zich het lot aantrokken der Armeensche weezen. Van dien tijd dateert o.a. een thans nog bestaand Geneefsch comité, dat een weeshuis onderhield voor Armeensche weezen te Sivas in Klein-Azië. Dit weeshuis is in 1922 overgebracht naar Zwitserland. Gelijke comité's bestaan nog te Bazel, Bern, Zürich en in andere oorden van Zwitserland. Deze werken samen met het Geneefsche en bekostigen een blindeninrichting.

Het "Comité de Genève pour l'Arménie" tracht van de ruim 100 Armeensche kinderen, die het opvoedt, knappe Christenen te maken, die in hun onderhoud kunnen voorzien en hun volk kunnen dienen als dokters, tandartsen, advocaten, ingenieurs, architecten, bouwkundigen, juweliers, horlogemakers, electriciens, chauffeurs, tuiniers, leeraars, onderwijzers, onderwijzeressen, verpleegsters, enz.

Aan onderhoud en opvoeding kost elk kind ongeveer 1000,– Fr. per jaar, de kleintjes iets minder, de grooten wat meer. De zieken en hulpbehoevenden en de weduwen kosten veel.

Bij elkaar is ongeveer 200,000,– Zw. Fr. noodig per jaar. Met veel moeite wordt dit bijeengebedeld. Kapitaal heeft het comité niet, omdat het indertijd niet geweten heeft, dat de Christenmoorden in Klein-Azië zich zouden herhalen en tot een nationale ramp zouden leiden als waarvan we nu getuige zijn.

Het Geneefsche comité voor Armenië zoekt mannen en vrouwen in Nederland, die de opvoeding van één Armeensch kind in Zwitserland willen bekostigen. Er zijn 1000,– Zw. Fr. per jaar mee gemoeid. Men wordt peet of meet van een jeugdig Armeniër of een Armeensche, met wie men in briefwisseling treedt en van wie men een photo krijgt. Een bezoek aan de inrichtingen van het comité zal steeds op prijs gesteld worden. Er onstaat wellicht een band van vriendschap, waarvan men plezier kan hebben, want men kan de hoogste verwachtingen stellen.

De Volkenbond doet wel wat voor de Armeniërs. Hij geeft een subsidie aan de 140.000 zielen tellende Armeensche kolonie in Syrië en dr. Fritjof Nansen, de hooge commissaris voor de Réfugié's, heeft getracht 1 millioen pond sterling te verzamelen voor een irrigatiestelsel in Armenië, dat aan een 50.000 een bestaan moest verschaffen, maar hij heeft het plan moeten opgeven, omdat niemand geld wilde leenen aan het tot de Sowjet-Unie behoorende republiek. De Volkenbond heeft aan zijne leden gevraagd of ze de Armeniërs konden helpen en velen hebben gunstig geantwoord, maar er is tenslotte weinig gedaan. Duitschland heeft een krediet beloofd van 1 millioen mark voor in Duitschland te koopen landbouwmachines en Zwitserland heeft inderdaad 100.000 Zw. Fr. geleend aan het "Comité de Genève pour l'Arménie". In hoogste Volkenbondskringen is echter door gezaghebbende staatslieden openlijk verklaard, dat de Volkenbond niet voldoende kon helpen en dat de particuliere weldadigheid de eenige uitkomst was voor de Armeniërs.

De weinige rijke Armeniërs helpen wel hun arme compatriotten, maar als men hun hulp vraagt, krijgt men ten antwoord, dat ze al een 14 of 20 geruïneerde familieleden onderhouden. Toch steunen ze het Geneefsche comité, want ze zien in de inrichtingen de Genève eene toekomstige normaalschool voor Armeensche onderwijzers en onderwijzeressen en een kern van Armeensch nationaal leven.

Indien de Turken toelating vragen tot den Volkenbond, zullen hun wellicht eenige voor de Armeniërs gunstige voorwaarden gesteld kunnen worden en indien Rusland eens van regime verandert, zal men misschien geld willen leenen aan het Armeensche republiekje, maar voor het oogenblik zitten de Armeniërs nog in nood. Ze zijn het slachtoffer van godsdiensthaat en "belangenpolitiek". – Niet de eerste in de Geschiedenis. – Maar dit mag geen reden zijn voor hen, die zich in gemakkelijker omstandigheden verkeeren, om zich afzijdig te houden en hun hart te sluiten voor een volk, dat schreiend is om herstel. Wie tot dat herstel wil bijdragen wende zich tot het Nederlandsch lid van het "Comité de Genève pour l'Arménie", Mr. A. Brandt, 6 Chemin de Grange Canal, Genève. Nederlandsch postgiro no. 98190, Mr. A. Brandt, Rosendaal, Gld.

Het "peetschap" van een Armeensch kind kost, als gezegd, 1000,– Zw. Fr. per jaar en daarmee neemt men deel in eene wereldbeweging, waarvan de gevolgen misschien niet te overzien zijn, maar die in ieder geval voldoening des harten geeft.

Kleinere giften zijn welkom, ook de kleinste. Met dank voor de plaatsruimte.

BRANDT, lid van het "Comité de Genève pour l'Arménie."

Van redactiewege bekorts. – Red.

Colofon