Nieuwe Rotterdamsche Courant, 3 december 1913
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Armenië

Onze Konstantinopolitaansche correspondent schrijft: Ernstige moeilijkheden staan de tegenwoordige regeeringen te wachten met de Armeniërs, die steeds openlijker heensturen naar een zelfbestuur onder Europeesche controle voor de drie of vier zoogenaamde Armenische provincies. Werd zulks verwezenlijkt, dan zou, nadat ook aan de Arabische gewesten een bizondere bestuursregeling zal zijn moeten worden toegestaan, daarmede de verdeeling ook van Aziatisch Turkije feitelijk zijn begonnen, en de uitdrijving van het Turksche gezag ook van daar nog maar een kwestie van waarschijnlijk niet langen tijd meer zijn geworden.

Het is alzoo begrijpelijk dat de Turken en met name het comité, die Armenische beweging vijandig gezind zijn. Daarentegen worden de Armeniërs door de sympathie, welke zij in Europa vinden voor hun eischen betreffende het invoeren van wezenlijk doeltreffende hervormingen en eene billijke behartiging hunner belangen, steeds zelfbewuster, en het lijkt er al veel op, alsof de Nationale Raad van het Gregoriaansche Patriarchaat met de regeering als gelijke wil onderhandelen.

Hun nieuwe Patriarch, mgr. Saven, heeft, nauwelijks twee etmalen, nadat hij zijn eerste gehoor bij den Sultan had gehad, dadelijk partij gekozen tegen de regeering, door den minister van justitie en eerediensten, zijn wereldlijken chef, in een open takrier (missive) aan den grootvizier van onbekwaamheid en onhebbelijkheid tegenover het Patriarchaat te beschuldigen, en de inwilliging te verlangen van de voorwaarden, door de Nationalen Raad gesteld voor het deelnemen der Armeniërs aan de nu plaats hebbende verkiezingen voor het Parlement. Die voorwaarden zijn: de invoering der hervormingen overeenkomstig het desbetreffende door de Russische en Duitsche regeeringen uitgewerkte en namens alle mogendheden de Porte voorgestelde program, waarbij een zekere controle is voorzien, uit te oefenen door de door de mogendheden daartoe ter beschikking van de Porte te stellen deskundige inspecteurs en raadgevers. En verder het verzekeren aan het Armenische volk van het aantal afgevaardigden in de Kamer, evenredig aan hun zielental onder de bevolking van het rijk, alzoo ten minste twintig op de 250 leden welke de nieuwe Kamer ongeveer zal tellen.

In geen van beide voorwaarden wil de regeering treden. Over het aantal mandaten voor de Armeniërs wil het Comité, dat ook ditmaal de verkiezingen "maakt", wel onderhandelen, maar hun niet meer dan 15 afgevaardigden toekennen. In zake de hervormingen blijft men in de leidende kringen volstrekt vasthouden aan het beginsel, dat de regeering die geheel naar eigen inzicht zal invoeren, wel met behulp van buitenlandsche deskundigen, maar zonder hun eene zoodanige positie te geven dat zij daardoor zouden kunnen optreden als controleurs der mogendheden, aan welke niet de minste inmenging of toezicht wil toestaan.

Daar echter de Nationale Raad op zijn stuk blijft staan, en de verkiezingen al begonnen zijn, schijnt toch het Comité wel enigzins bij te willen draaien, en heden geeft zijn hoofdorgaan de Tanin in een hoofdartikel duidelijk te verstaan, dat het verkiezelijk zou zijn, om voordat de Porte onder den druk der mogendheden tot het toestaan van verstrekkende concessies aan de Armeniërs zou kunnen worden genoodzaakt, zich rechtstreeks met hen te verstaan op veel minder vèrstrekkende voorwaarden. Tevens kondigt het blad aan, dat de ministerraad den minister van binnenlandsche zaken, Talaat bei, den president van den Raad van State, Halil bei, de beide hoofdmannen van het Comité en den gewezen minister Haladzian Effendi, het Armenische lid in het Comité-bestuur, heeft opgedragen zich als commissie der regeering met de voornaamste leden van den Armenische Nationalen Raad in verbinding te stellen, ten einde tot een vergelijk omtrent de hangende vraagstukken en de gerezen verschillen te geraken.

Ter aanvulling van wat onze correspondent schrijft, nog dit: dezer dagen heeft Reuter uit Parijs geseind, dat gedelegeerden uit Duitschland, Frankrijk, Engeland, Italië, Rusland en Zwitserland hadden vergaderd en een motie aangenomen, waarin zij de wenschelijkheid uitdrukken dat de mogendheden Turkije allen financieelen steun onthouden, zoolang dit niet formeel genoegen neemt met het voorstel van de mogendheden, nopens de hervormingen in Armenië.

Tot toeleiding diene, dat deze afgevaardigden natuurlijk niet door de regeeringen van bovengenoemde landen waren gezonden, maar door de onderscheidene Armenische vereenigingen, en wel op uitnoodiging van Fransch-Aziatische comité te Parijs.

De Tanin, het officieuze Turksche blad, dat van tijd tot tijd een sarcastischen toon aanslaat, verbaast zich er over, dat op die vergadering de Doema-afgevaardigde Miljoekof den toon aangaf. Als de Armeniërs Miljoekof zoo zeer ter harte gaan, dan moet hij beginnen, zich het lot van de Armeniërs in Rusland aan te trekken, die alle reden hebben om hun stamgenoten in Turkije te benijden, schrijft de Tanin.

Colofon