Nieuwe Rotterdamsche Courant, 25 april 1913
Bron: Koninklijke Bibliotheek

Een stem uit Armenië

Van onzen correspondent

Weenen, 23 April

In een boekwinkel zag ik laatst een kaart van het toekomstige oorlogsterrein tusschen Turkije en Rusland in Armenië. Naar aanleiding daarvan ging ik naar een Armeniër, die ik kende. En die zei: goed dat je gekomen bent, want de Armenische kwestie zal binnenkort op den voorgrond treden en de aandacht der diplomatie in beslag nemen. De klachten van het volk zullen. nu Turkije zoo verzwakt is, niet langer onverhoord kunnen blijven. Ons volk is altijd vervolgd, vooral onder sultan Abdoel Hamid, die 300,000 Armeniërs heeft laten ombrengen. Het Jong-Turksche bewind, waarvan men beterschap hoopte, heeft niets dan teleurstelling gebracht. Nog niet lang geleden hebben de Koerdische bendenhoofden Mir Mhe en Said Ali onder den oogen van den Armenischen stadhouder een aantal Armenische priesters en onderwijzers vermoord, zonder dat de regeering een hand uitstak. Een vreeselijke plaag voor het arme land zijn de talrijke rooftochten der Koerden, en dikwijls komt het voor, dat de bewoners van een dorp voor de keuze gesteld worden, doodgeslagen te worden of hun hofstee en oogst aan de roovers over te geven. De Turksche autoriteiten zien bij dat alles kalmpjes toe. Tengevolge van den ongelukkigen oorlog zullen al de Macedonië en Thracië verdreven Mohammedanen in Klein-Azië en in Armenië nieuwe woonplaatsen zoeken, en het gevaar is groot, dat zij zich met geweld meester zullen maken van onze velden en akkers. Daarom is het hoog tijd, dat eindelijk eens een begin gemaakt worde met de uitvoering van art. 61 van het Berlijnsche verdrag.

Daarin wordt op hervormingen aangedrongen, op de instelling van lokale besturen en op waarborgen tegen onderdrukkingen van Koerden en Tsjerkessen. Sindsdien zijn 35 jaar verstreken en het verdrag van Berlijn is scheurpapier gebleken. Er is niets gedaan. Wij zullen zorgen, zoo zeide men mij, dat de Armenische kwestie niet in den doofpot ga. De omstandigheden zijn gunstig om te verkrijgen wat wij verlangen. De Armenische Katholikos (patriarch) en de synode hebben een plan uitgewerkt, waarin zij een christelijk goeverneur en een grondwet verlangen gelijk aan die van de bewoners van den Libanon, alles onder controle en medewerking der mogendheden. Wij verlangen bescherming van leven en goed, en wapens om ons te verdedigen en kunnen wij dit laatste niet doorzetten, dan ontwapening der Koerden.

Wij verlangen verder dat ons de landerijen worden teruggegeven, die ons bij de onlusten van 1895/96 zijn afgenomen, afschaffing van de rechten die de Koerdische grondeigenaars op ons bezitten, invoering van rechtbanken, en het ontslag van de ambtenaren die de Koerden hebben geholpen.

Wij eischen hervormingen om de welvaart te bevorderen, afschaffing der meest drukkenden belastingen en het invoeren van plaatselijke besturen. Voorts verandering van de dorpsgrenzen naar de nationaliteiten, om twisten tusschen rassen en godsdiensten te vermijden. Het is in het belang van Turkije dat die hervormingen worden ingevoerd, het verlies van Macedonië is een waarschuwend voorbeeld.

Wij hebben zoo'n mooi land en zulk een oude cultuur en daarbij wees hij mij op een kaart van Armenië. Het land ten zuiden van den Kaukasus behoort aan Rusland, het Oostelijk deel aan Perzië en de middelmooot met het stroomgebied van Tigris en Euphraat aan Turkije. Het is het land van de sneeuwbergen en der talrijke stroomen. Er wonen twee miljoen menschen. Daarenboven hebben wij Armenische koloniën in Indië, Egypte, Griekenland, Bulgarije, Roemenië, Oostenrijk-Hongarije, Italië, Engeland en Amerika. De Armeniërs zijn allen christenen, en meerendeels leden der Oostersche kerk. Er zijn 800,000 katholieken en 150,000 protestanten.

Aan Byzantium hebben wij keizers, generaals, kunstenaars en denkers gegeven. Van de 15e tot de 19de eeuw werd ons volk zoo onderdrukt, dat als wij de kerk niet gehad hadden, wij te gronde zouden zijn gegaan. Een monnik Mechitar, die dit begreep, vluchtte met talrijke manuscripten, bijbels en kerkelijke geschriften naar Venetië en stichtte daar het klooster van Lazzaro, dat een soort van Armenische akademie werd. De monniken vertaalden de beste boeken van Europa, van Homerus af tot Schiller toe, om hunne landgenooten op de hoogte te brengen der beschaving. Hij sprak mij over de gedichten van zijn land, die treurig zijn en steeds weeklagen over de menschen die door de Turken verjaagd en vermoord zijn. En hij noemde mij de moorden op van 1850, 1860, 1884, en 1895. En deze werden gepleegd niettegenstaande op het congres van Parijs, later te Berlijn, vrijheid van godsdienst, gelijkheid voor de wet en andere hervormingen beloofd waren. Toen de mogendheden protesteerden tegen de moorden in Sassoen, benoemde sultan Abdoel Hamid een commisie van onderzoek, die geen resultaat bereikte.

Integendeel, zij werkte als een uitnoodiging tot nieuwe wraakneming, zoodat te Trebizonde, Erzoerem, Wan, Oerfa, en Konstantinopel wel 300,000 Armeniërs vermoord zijn. In 1909 hadden nieuwe gruwelen plaats te Adana. De schriftelijke protesten van de Armeensche patriarchen van 1909 tot 1912 hebben niets geholpen.

Mijn zegsman vertelde mij ook van de vele moorden, die sinds September 1912 door de Koerdische ruiters zijn bedreven. Zelfs na de nederlaag van Turkije houden de onderdrukkingen niet op, omdat velden en weiden, die bij de Armeniërs in gebruik zijn, aan de Turksche vluchtelingen gegeven worden. Tegenstand is onmogelijk, omdat de meeste Armenische boeren bij het leger zijn ingedeeld. De toestand, zooals hij nu is, is onhoudbaar. De eischen der Armeniërs zijn niet alleen in het belang van dat volk, maar ook in dat van Turkije.

Worden de Armeniërs behoorlijk behandeld dan willen zij onder Turksch gezag blijven, wegens de vele gemeenschappelijke belangen. De Russische propaganda heeft tot dusver niet veel uitgewerkt, en den band met het Ottomaansche rijk niet kunnen verscheuren. Maar zal Armenië aan Turkije blijven, dan moet de Turksche overheid haar gedrag radikaal veranderen. Op het oogenblik willen de voormannen van het Armenische volk niets van een revolutionaire beweging weten. Het patriarchaat vermaant tot kalmte.

Colofon