Terug naar vorige pagina
Nieuwe Rotterdamsche Courant, 24 november 1918
Bron: Koninklijke Bibliotheek
Turkije en Duitschland
BERLIJN, 23 November. (Part.) De Turksche kolonie te Berlijn heeft in het Berliner Tageblatt een oproep geplaatst omtrent hen, die rechtstreeks voor de ramp verantwoordelijk zijn, welke het Turksche volk heeft getroffen. Zoo even zijn ze naar Duitschland gevlucht in de hoop, hun gerechte straf te ontgaan. Het zijn Talaat, Enver, Dzjemal, Ismail Nazim, Behed-Sjakir e.a. De Turksche regeering heeft een vervolging tegen hen ingesteld op aanklacht, de Armeensche moordpartijen aangesticht en staatsgelden verduisterd te hebben. Deswege verlangt ze van de Duitsche regeering uitlevering. Daarop volgt een uitvoerige toelichting.
Het Tageblatt merkt dienaangaande op, dat Talaat, Enver en medestanders het Duitsche volk altijd een goed hart hebben toegedragen. Daarom vindt het blad 't de plicht van een jonge demokratie het recht van asyl hoog te houden.
De Armeensche gruwelen, waarover men de openbare meening in Duitschland helaas niet voldoende kon inlichten, behooren tot de schandelijkste en afschuwelijkste gebeurtenissen van den nieuwen tijd, maar in de eerste plaats moet volkomen overtuigend bewezen worden, dat de naar Berlijn gevluchte Turken tot deze gruwelen den stoot gegeven hebben of daaraan meegedaan hebben. Tot zoo lang hebben ze als politieke vervolgden aanspraak op bescherming.