Nieuwe Rotterdamsche Courant, 21 maart 1916
Bron: Koninklijke Bibliotheek

De Armeensche kwestie

De Turksche legatie te 's-Gravenhage zendt ons een geschrift, getiteld: de "Waarheid over de revolutionaire Armeensche beweging en de maatregelen van de regeering", waaraan het volgende is ontleend:

De Armeniërs zijn te allen tijde met welwillendheid bejegend; de meeste van hen bekleedden belangrijke betrekkingen in het land. Niet alleen hooge posten als van directeur en onderstaatssecretaris werden hen in verschillende departementen toevertrouwd, maar er zijn er zelfs tot minister verheven. Sedert het herstel van de Grondwet is het gebruikelijk, dat steeds een Armeensch minister in het Ottomaanse kabinet zitting heeft. De Armeniërs, profiteerende van de welwillende houding van de keizerlijke regeering te hunner opzichte, waren een belangrijk element geworden in het economisch leven van het keizerrijk en de meeste hunner verwierven groote fortuinen. Ze verkregen concessies en privileges als door geen mogendheid aan eenige gemeenschap werden toegestaan. Daardoor was het hun mogelijk, in alle gemeenten van het rijk scholen en kerken te stichten en ze handhaafden aldus hun nationale taal, zeden en godsdienstige tradities, naar het voorbeeld van de andere christelijke gemeenten in het keizerrijk.

Desondanks heeft het Armeensche element, in het keizerrijk gevestigd, niet alleen niet weten te waarderen de weldaden van rechtvaardigheid en welvaart, die het genoot, maar integendeel, niet nagelaten, zooals uit de hieronder volgende feiten blijkt, elke gelegenheid aan te grijpen om moeilijkheden ten aanzien van binnenland en buitenland te scheppen. Zoo toen in 1294 van de Turksche jaartelling (1876) in den oorlog, dien het Ottomaansche rijk tegen Rusland had te voeren, de vijandelijke troepen te San Stefano kwamen, haastte de patriarch Nerses Varjabetian zich grootvorst Nicolaas, den opperbevelhebber der Russische troepen, een bezoek te brengen, en bracht hem er toe, in het voorloopige vredesverdrag zekere clausules te doen opnemen ten gunste van de Armeniërs; zoo liet deze patriarch niet na, naar het congres te Berlijn een speciale missie te zenden, ten einde te verzekeren de opneming in het tractaat van Berlijn der clausules, die in dat van San Stefano voorkwamen. Op die manier hebben de Armeniërs beproefd, zich de bescherming te verzekeren van Rusland, den vijand van het keizerrijk; ze hebben eveneens beproefd de bescherming van Engeland te verkrijgen door een speciale clausule, die ze in het tractaat van Cyprus wisten te doen opnemen.

Van toen af aan stichtten de Armeniërs, zich sterk gevoelende door den steun en de aanmoediging der entente, evenals van hun agenten in Europa, ten einde de aandacht van Europa op zich te vestigen, geheime vereenigingen onder de namen van "Hintsjak" en "Drosjak", waarvan het eenig doel was bij een geschikte gelegenheid onlusten te stoken en uit te lokken in de verschillende deelen van het rijk en aldus onophoudelijk te werken tot losmaking van de oostelijke provincies van het rijk.

Toch deed de Keizerlijke regeering zijn best na het herstel van de grondwet, los van elken geest van vooroordeel, zonder onderscheid alle Ottomaansche onderdanen met de politieke rechten te begunstigen, die het nieuwe regeeringsstelsel had afgekondigd en trachtten in het bijzonder het Armeensche element te voldoen.

Gedurende de Balkanoorlog waren het altijd de Armeniërs, die met de grootste vijandigheid tegen hun muzelmansche landgenooten, in de streek van Rodesto gevestigd, optraden en door leugenachtige beschuldigingen ten onrechte hun medeburgers smartelijke en wreede bejegeningen deden ondergaan.

De Keizerlijke regeering, de rust in het land willende herstellen, belette niet alleen, dat die daden van vijandschap, die te wijten waren aan de Armeniërs, werden ruchtbaar gemaakt onder de muzelmansche bevolking, doch ze droeg nog, door middel van de dagbladen er toe bij de daden van moed van Armeensche officieren en soldaten te prijzen. Ze bereidde voor de invoering van de aanbevolen hervormingen en deed voorts een beroep op de goede diensten der Britsche regeering, ten einde het zenden van algemeene Europeesche inspecteurs, evenals gendarme- en politie-officieren te verkrijgen.

Op het oogenblik, dat het land, zwaar beproefd ten gevolge van de tegenspoeden door den Balkanoorlog veroorzaakt, werkte aan zijn opheffing, ontwikkelden de Armeniërs al hun werkzaamheid om het rijk ten val ten brengen, ten einde hun oogmerk te verwezenlijken en op de ruïnes een onafhankelijk Armenië te vestigen. Ze slaagden erin alle plannen tot hervorming en hechter-making tegen te werken. Met Nabour Pocha aan het hoofd voerden ze een heftige campagne om een vreemde interventie in de aangelegenheden van het keizerrijk te bewerkstelligen. Rusland, dat de Macedonische quaestie te vuur en te zwaard had beslecht, slaagde er aldus in een nieuw Macedonië te stichten in Oostelijk Klein-Azië. Het centrale comité Tachmakeste berichtten in een zeer vertrouwelijke circulaire, gedateerd 5 Maart 1913, in handen van de keizerlijke autoriteiten gevallen, aan zijn verschillende afdeelingen dat de Fransche, Engelsche en Russische regeeringen hadden besloten de Armeensche quaestie ter hand te nemen, zoodra de vrede definitief zou zijn hersteld, en dat ze het eens waren over het principe om in de als Armeensche beschouwde provincies, een speciaal regeeringsstelsel in te voeren: een copie van de overeenkomst zou aan den heer Taft, den president der Vereenigde Staten, zijn gezonden. Zoo was de toestand toen de huidige oorlog uitbrak.

De Armeniërs, die steeds de mogendheden van de Entente als hun beschermsters beschouwden, getroostten zich alerlei opofferingen om het succes van hun wapenen en de nederlaag van Turkije en zijn bondgenooten te verzekeren.

Reeds vóór het deelnemen van de Keizerlijke regeering aan den oorlog hadden de Armeensche comité's het besluit genomen, zich gereed te houden, overal opstanden te doen uitbreken, moorden te plegen en branden te stichten zoodra het succes de Ottomaansche wapenen den rug zou toekeren.

De terugtocht zou den Turkschen legers worden afgesneden. Armeensche soldaten zouden deserteeren en een guerilla voeren. De entente-mogendheden hebben voor de verwezenlijking van dit plan allen steun verleend. Reeds een maand vóór Turkije aan den oorlog deel nam, noodigde de tsaar in een manifest de Armeniërs uit op te staan.

Het 18de hintsjakisto-congres van 7 September 1913 besloot, dat toevlucht moest worden genomen tot revolutionaire middelen. De Ottomaansche regeering onthield zich eenige pressie te oefenen of repressieve maatregelen tegen de Armeniërs te nemen. Een aantal revolutionaire daden werden tenslotte nog vermeld.

Colofon